De chemokuur wordt gegeven op de afdeling dagbehandeling. Op het afgesproken tijdstip meld ik mij bij de balie en daar weten ze op welke kamer ik moet zijn. Op elke kamer staan zes relaxstoelen. Omdat mijn kuur lang duurt halen ze voor mij een bed.

Toen ik kwam zat er al een echtpaar die er de vorige keer ook tegelijk met mij waren. De man is de patient en de vrouw zit aan tafel en heeft haar eigen bezigheden. Nu maar even wat meer uitgewisseld. Voor hem was deze chemo de laatste en daarna wordt hij verder bestraald.

Wat erg prettig is op deze afdeling is dat op dezelfde dagen er meestal hetzelfde personeel is. Ria is de verpleegkundige die op deze kamer verantwoordelijk is. De patiënten hebben niet zoveel practische zorg nodig en dus is er ruim tijd voor een praatje. In de ochtend helemaal want toen waren we maar met zijn tweeën. Wat ik ook goed vind is dat ze er af en toe even bij komt zitten en het gesprek wat algemeen maakt, als het onderwerp zich daartoe leent. Rond het middaguur kwamen er nog drie patiënten bij en later nog een meneer. Mijn beide buren hebben vooral naar de Tour de France gekeken met koptelefoon op dus niemand had er verder last van. De tv is gratis op de dagafdeling. Ik heb absoluut geen zin in tv kijken. Ik beperk me tot een paar week- of maandbladen  Er staat de hele dag een kan koffie die wordt ververst. Er is ook een kan heet water waarmee je thee of bouilon kunt maken, er staan koekjes, het kan niet op. Rond de middag worden  er, voor wie wil, koppen soep rondgedeeld. Je kunt dan ook gelijk je bestelling voor de lunch opgeven. Grappig is dat je de boterhammen in stukjes geserveerd krijgt. Want iedereen heeft maar één hand ter beschikking, mooi dat daar gelijk rekening mee gehouden wordt.

Een mevrouw had haar handen in een ijspakking om te voorkomen dat haar nagels aangetast zouden worden door haar speciale chemo. Haar man was erbij en die moest haar voeren en ook af en toe de bladzijde omslaan van wat ze aan het lezen was. Hoewel haar dat op het laatst ook zelf lukte. Het meeleven met zulke dingen is groot maar luchtig. Precies goed wat mij betreft. Zo ook toen ik de heftige reactie kreeg, bezorgde blikken, even alle aandacht en daarna iedereen weer bezig met de eigen dingen.

Het prikken is een verhaal apart. Ik realiseer me steeds meer dat ik een bofkont ben tot nu toe. Mijn aderen liggen voor het oprapen en het gaat altijd in een keer goed. Sommige patiënten hebben een voorkeur voor een bepaalde verpleegster en als die er is krijgen ze die ook. Martin Bril schreef daar ook eens over. Het is echt onderwerp van gesprek en een gedeelde narigheid op zo’n kamer. De afdelingsverpleegster probeert  het één keer en als het niet lukt komt er een verpleegkundige van de naastgelegen Operatie Kamer, die kunnen het kennelijk beter.

De tijd dat mensen aan het infuus liggen verschilt nogal. Somigen zijn met anderhalf uur weer weg, anderen na drie of vier uur en ik ben steevast de laatste. Dat betekent dat Ria afscheid komt nemen en dat Lizet het overneemt. Lizet blijft op de afdeling tot iedereen klaar is. Beide vrouwen zijn al wat ouder en allebei plezierig en vertrouwd in de omgang. Ik bedenk nu dat het voor oudere verpleegkundigen ook een ideale plek is om te werken, geen zware verpleegtaken èn geen nacht en avonddiensten. Het werk eist vooral een grote nauwkeurigheid en precisie. Ik krijg op zo’n dag zeven à acht verschillende infusen. Bij de belangrijke wordt steeds naar mijn naam en geboortedatum gevraagd.

We hebben natuurlijk over onze ervaring verteld bij de spoedeisende hulp. Ik had gezegd dat ik wel uit zou kijken voor ik er weer terecht zou komen. Aanleiding voor Lizet om meerdere malen aan te dringen om toch vooral aan de bel te trekken als er zich opnieuw iets voordeed. Natuurlijk doe ik dat als het echt verontrustend is maar dan wel liefst overdag.

Als de infuus eruit is, het rapport geschreven, zijn we klaar. Voor alle zekerheid vertrek  ik in een rolstoel. Van het ziekenhuis naar de auto loop ik liever, anders moet Herman ook weer helemaal terug met die stoel. Grappig, zelfs na twee keer ontstaat er al een soort routine. Dat komt natuurlijk ook doordat je in zo’n goedlopend systeem stapt: zo gaat dat hier, zo zijn onze manieren. Een chemokuur is niet leuk maar het is wel goed om te ervaren dat ze er alles aan doen om de last zo licht mogelijk te maken.