Zonder de zwaardere pijnstillers slaap ik slecht. Ik lig een paar uur wakker, slaap dan een of twee uur en lig daarna weer een tijd wakker. Na het vroege ochtendritueel, dat ik eerder beschreef, slaap ik wel weer een poosje. Sprokkelslaap dus.

Ik droom veel maar ben het verhaal doorgaans kwijt als ik wakker ben. Soms blijft alleen de emotie nog een poosje hangen.

Vanmorgen was ik mij een flard van een droom nog bewust. Ik ontmoette Henk,  een dierbare vriend van de HBO. We waren heel blij om elkaar te zien. Armen om elkaar heen stonden we elkaar lachend aan te kijken. Henk zei: “Die muts staat je goed”.

Ik werd blij wakker. Ik vind het  zo grappig dat de mutsen al in mijn onderbewustzijn zijn doorgedrongen. Zelfs in mijn dromen ben ik kaal en geeft het niet.