Vandaag op een kamer met vier bedden in plaats van stoelen. Evengoed waren de anderen er allemaal maar een paar uur. Vanaf half vier lag ik er alleen. Geen punt, alle aandacht van de verpleegsters die ook steeds op de piepjes van mijn infuus moeten reageren.

Na de vier voorbereidende infusen kwam de Taxol. Het ging weer mis, minder heftig dan de vorige keer, maar toch. De dagverpleegster had het pretnisonachtige middel al klaar gehangen. Na een telefoontje met de arts kon ze er gelijk op overschakelen. Daarna weer heel langzaam over op Taxol, dat ging goed. Het zag er aanvankelijk naar uit dat ik pas tussen zes en zeven klaar zou zijn. Er werd een warme maaltijd voor me besteld. Doordat de Taxol toch langzaamaan weer in het normale tempo gegeven kon worden, viel het uiteindelijk mee. Om vijf uur kreeg ik  mijn maaltijd, best lekker. Herman kwam ook rond die tijd en aan hem werd gevraagd of  hij ook wilde eten, er waren een aantal maaltijden over. We reden rond zes uur weg bij het ziekenhuis en hadden allebei al gegeten. Mijn glaasje wijn pakte  ik er thuis achteraan., dat verstrekken ze in het ziekenhuis niet.

Ik had het met de dagverpleegster over de verdere gang van zaken. Ik vertelde dat de dokter pas na de PET-CT-scan kon zeggen of de chemo gewerkt had. Zij zei: “Dokters willen zekerheid maar uit de bloedwaarden is ook op te maken of er effect is. Ik ga wel even kijken”. Even later kwam ze er al mee terug. Op 21-07, dus voor de tweede kuur, was de CA125  (tumormarker) 333. Op 11-08, drie weken na de tweede kuur,  was het 126. Dat is ruim een halvering. Volgens haar is dat zeker een aanduiding dat de chemo werkt. Lang leve de verpleegsters, zij snappen tenminste dat mensen dat soort dingen willen weten. Ik wil het weten, ook al verschaft het geen ultieme zekerheid. Het wijst in ieder geval de goede kant uit.