Het trajekt van behandeling waar ik ingestapt ben is zo onnatuurlijk als het maar kan. Ik laat me zes keer vol druppelen met twee soorten gif. Ik laat toe dat mijn buik wordt opengesneden en dat daar een of twee organen worden uitgehaald. Die organen heb ik weliswaar niet meer nodig, maar ze horen daar gewoon. Ik wilde nog geen gaatjes in mijn oren omdat ik dat verminken vond.  En nu dit.

Het is een glijdende schaal die natuurlijk al heel veel eerder begonnen is. Zonder allerlei medicatie had ik al nooit deze leeftijd bereikt en zonder de borstoperatie had de borstkanker zich al verder uitgezaaid.

Juist die glijdende schaal en de vanzelfsprekendheid daarvan stemmen tot nadenken. Ik ben tamelijk bewust dit behandeltraject ingestapt,  maar vanuit de medici wordt het niet echt gebracht als een keuze. Ze laten weten wat ze er in dit geval aan kunnen doen en de afspraken daarover worden er, bij wijze van spreken, al bijgegeven. Ik ben benieuwd of ze ook uit zichzelf gaan vertellen als de kans op sukses van de behandeling wat afneemt. Tot nu toe heb ik zelf moeten vragen naar wat ze dachten dat het op zou leveren.

Het is een heikel onderwerp. Hoe lang en tegen welke kosten ga je door met behandelen? Maak je dan onderscheid tussen oude en jonge mensen? Hoeveel mag een jaar langer leven kosten en wat als het veel minder dan een jaar is? En dan ga ik er nog even van uit dat ze weten wat een behandeling oplevert, wat lang niet altijd zo is.

Moet het wel gaan om zo lang mogelijk leven? Op het kleine gebiedje van de gezondheidszorg waar ik nu een beetje ervaring aan het opdoen ben, krijg ik de indruk van wel. Zo lang mogelijk in leven houden,  koste wat kost. Ik hoop eerlijk gezegd dat die houding van artsen anders wordt als de balans verstoord raakt tussen kosten en baten voor de patiënt. Maar ik heb er niet zoveel vertrouwen in. De patiënt zal zelf moeten aangeven als het genoeg is. Dat is ook wat ik om me heen hoor. Ik overdrijf.  “Uitbehandeld”, is ook een mededeling die mensen te horen krijgen. Daarna volgt paliatieve zorg die erop gericht is het leven, tot het einde, dragelijk te maken.

Het zijn politieke vragen en vragen van medische ethiek. Naar mijn smaak wordt er veel te weinig openlijk over gesproken. Ik kom het in ieder geval niet zoveel tegen. Dat is de ene kant, de maatschappelijke.

De andere kant is de uiterst persoonlijke kant, die van mij als patiënt. Daar ben ik thuis en betrekkelijk baas in eigen lijf. Daar kan ik kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit. Ik kan nadenken en doorvragen. Ook al is het soms niet te overzien waar ik “ja” of  “nee” op zeg. Als dood gaan ook gewoon mee mag doen in de mogelijke uitkomsten, wordt erover denken minder moeilijk. Ik denk dat ik dat laatste het meest mis in de medische wereld.

Erg lekker geslapen vannacht, beetje duf wakker maar dat is nu ook wel over.