Je kent dat vast óók wel: er spoken allerlei losse stukjes gevoelens en gedachten door je hoofd. Leuke en vervelende, prettige en akelige,  vage gedachtenspinsels en ongedefiniëerde onlustgevoelens.  Soms  lijkt de zaak aardig onder controle, maar een zachte avondbries doet weer stof opwaaien, brengt opnieuw verwarring en wakkert unheimliche emoties aan. Vaak juist op momenten waarop je dat het minst verwacht.  Daarna dwarrelen de sliertjes van onafgemaakte gedachten en onverwerkte gevoelens wel weer langzaam neer, maar het blijft een janboel. In je hoofd en in je hart.  Eigenlijk in je hele lijf. Terwijl je hunkert naar wat tegenwoordig zo plastisch heet: lekker in je vel zitten.  

Onze ziekenhuispsychologe bood ons precies de juiste hulp. Met een licht Duits accent  legde zij haarfijn uit hoe je het best te werk kunt gaan. Laat geen enkele losse gedachte en geen enkel vaag gevoel zomaar rondslingeren. Pak  ze één voor één  op, denk er goed over na, praat erover met wie wil,  en dan komt het…..  berg het resultaat van dit denken  netjes op in een (denkbeeldige) kast.  Als je op enig moment in de toekomst door omstandigheden (vul nu voor jezelf maar even in welke omstandigheden dat in ons geval  zouden kunnen zijn. Neem er rustig de tijd voor……………. Klaar?)  opnieuw wordt geconfronteerd met een van die  akelige gedachten  of emoties, loop dan naar die kast en herneem de gedachtengang, aangepast aan de alsdan ontstane situatie.  Het grote voordeel van deze manier van verwerken en  ‘opbergen’  (‘een plaats geven’) is  dat  je daarna kunt rondlopen met een netjes opgeruimd hoofd, dat niet voortdurend wordt bestookt met irritante gedachten die nergens toe leiden. Behalve dan tot onrust en chaos.   Dus voortaan geldt voor mij ook in psychologische zin: opgeruimd staat en voelt netjes.

Héérlijk. 

Als ’t me lukt tenminste.