De mutsjes zitten het lekkerst. Ik heb er inmiddels een stel en ook allerlei buff’s en sjaaltjes om te combineren. Ik kom nu weer meer buiten en doe ook weer boodschappen. Met de mutsjes ben ik direct herkenbaar als chemo-slachtoffer. Dat kan me niet zoveel schelen, dacht ik. Mensen constateren iets dat ook zo is, so what?  Bekende mensen die ik tegen kom weten het toch al en vreemden zullen er niet over beginnen.

Dat pakte van de week anders uit. Ik was bij een groenteboer waar we wel kwamen toen we nog in de Irenelaan woonden. Het lag toevallig op mijn route en ik ging er weer eens heen, met muts. De groenteman vroeg gelijk hoe het nu toch met mij ging, met een knikje naar mijn hoofd. Ik wil het hem ook nog wel vertellen, daar gaat het niet om. Maar boodschappen doen wordt dan wel een langdurige zaak en daar heb ik nou net de energie niet voor.

Er zijn in zo’n geval drie mogelijkheden: – Ik zeg dat ik er liever niet over praat. – Ik vertel kort of langer wat er aan de hand is. -Ik choqueer door het flink aan te dikken. Ik neig tot het laatste maar doe natuurlijk het tweede.

Pruik op in plaats van muts voorkomt dergelijke situaties. Bij twijfel zal iemand niet gauw vragen of  het een pruik is die ik op mijn hoofd heb. Bovendien hoor ik van degenen die het wel weten dat je niet ziet dat het een pruik is.  Het voelt alleen niet zo lekker. Ik heb de neiging mijn hoofd te bewegen alsof ik een stijve nek heb. Pruik plus sjaal of muts zit nog het prettigst en staat ook goed.

Straks naar de markt mèt pruik en sjaaltje!