Regelmatig valt in contacten het woord afleiding. Kennelijk gaan mensen er van uit dat afleiding goed voor ons is. Dat mijn opzien tegen de operatie minder zal worden door afleiding. Zoek ik afleiding? Wil ik afgeleid worden?

Mijn ervaring is het omgekeerde. Ik ben bezig om onder ogen te zien wat er aan de hand is. Ik zoek uit wat de beste weg is in mijn specifieke situatie. We praten er samen over en met anderen. Opvallend is dat het serieuze dan een keer klaar is en dat er vanzelf weer ruimte komt voor andere, leukere dingen. Ik denk dat de ruimte die op die manier ontstaat groter is dan wanneer ik afleiding zou zoeken. De open ruimte duurt tot het volgende zorgelijke zich aandient.

Mijn angst voor de operatie is er af en toe, krijgt aandacht en zakt weer weg.  Ik ben er zeker niet de hele tijd mee bezig. Gelukkig niet. Eigenlijk geldt dat voor alle aspecten van ziek zijn.

Vanmiddag een behoorlijk eind gelopen, heen en weer naar het dorp waar van alles te doen was. We kwamen de Malinese delegatie tegen die hier op bezoek is. Voorschoten heeft een jumelage met een plaats in Mali. Cherif is een man die hier al vaker geweest is en ook wel bij ons thuis. Hij is moslim en draagt een mutsje. Terwijl hij mijn hand bleef schudden, keek hij naar mijn muts en ik naar de zijne. Mijn Frans beperkte zich tot: “Moi aussi”, terwijl ik op mijn muts wees. Hij weet overigens waarom ik een mutsje draag, Herman had hem gisteren gesproken.

Voordat we weer hélemaal terug gingen lopen, hebben we ergens koffie en thee gedronken met hazelnootgebak. Há, we moeten allebei aankomen, Herman en ik. Lukt mij overigens goed.