Vanmorgen begonnen met een brief aan de Volkskrant waarin ik Wilders vraag of zijn “kopvoddentaks” ook gaat gelden voor vrouwen die, zoals ik, als gevolg van chemotherapie een hoofddoek dragen. Ik wil graag weten of ik die duizend euro dan terug krijg van mijn ziektekostenverzekering. Ik stel ook nog wat vragen over de controle op de maatregel. Het lucht in ieder geval even op om zo’n brief te schrijven.

Nog even gebeld met de mijnheer van het kerkhof. Er was voor mij wat onduidelijkheid over begraven in zand of bijzetten in een grafkelder(tje). Het laatste blijkt aan de orde te zijn. Er zijn allerlei voordelen aan die de mijnheer mij uitgelegd heeft. Ik ga er maar even vanuit dat niet iedereen dat wil weten. Ik wilde het wel weten en ga aan het idee wennen. Het beïnvloedt  het besluit niet.

Daarna naar het dorp om mijn voorraad nachthemden aan te vullen. Ik draag het liefst joggingbroeken en t-shirts, maar met een grote buikwond zijn ponnetjes, denk ik,  prettiger.

Na de lunch op de fiets naar de Groentenhof van Hans. Hans kweekt onbespoten groenten op een stukje land tussen Voorschoten en Leidschendam. Per email laat hij iedere week weten wat er te oogsten valt en eveneens per email doe ik dan mijn bestelling. Hans leest ook deze blog en is dus op de hoogte van ons wel en wee. Toen ik erheen fietste was ik mij er goed van bewust dat het de laatste keer zou zijn dit jaar dat ik dat ritje maakte. Op de terugweg de mand voorop de fiets boordevol boerenkool en in de fietstassen: andijvie, wortelen en boontjes. Onderweg riep een fietster iets over de boerenkool. Ik verstond alleen het laatste: “lekker boerenkool”. De andijvie was trouwens ook heel lekker.

Toen ik thuis kwam was Marijke er met de kinderen. We keken een dvd van haar optreden in Alkmaar. Ik heb door mijn ziekte dat optreden gemist en vond het erg leuk om er op deze manier toch wat van mee te krijgen. Lode en Eppe gaven “omstebeurt” een zangoptreden, op geheel eigen wijze.

Terwijl Marijke er nog was kwam de buurvrouw even gedag zeggen. Zij vertrekt voor drie weken naar haar geboorteland Zuid Afrika. Raar idee, als we elkaar weer zien is voor mij de grootste narigheid achter de rug, hoop ik.

Toen Marijke vertrok was de straat afgezet. Er stond een brandweerauto en een politiewagen. Marijke wilde naar het station maar dat was afgezet. Gelukkig werd de afzetting vrij vlot opgeheven, het bleek loos alarm. Marijke kon de trein nog halen.

Bij de post was de Libelle. Er stond een brief in van een dochter die trots was op haar moeder die haar chemokuur voor de buitenwereld geheim hield. Wat zijn mensen toch verschillend. Bij groepswerk over zingeving op mijn werk gebruikten we een gedicht van Hans Achterberg: Je bent zo mooi anders. Dat is toch de prettigste manier om met verschillen om te gaan.

Samen eten koken, die lekkere andijvie, aardappelen en gebakken vis. En opeten natuurlijk.

En nu terugkijken op een volle dag. Ik moet oppassen dat ik de gewone dingen die ik nu doe niet een te groot gewicht geef. Telkens piept er door mijn hoofd: dit is voorlopig de laatste week dat je dit allemaal kunt. Laat ik er maar van uit gaan dat dit gewoon is. Straks komen er weer een paar rare maanden en daarna komt gewoon weer terug.