Het is gek om te weten dat ik binnen een week voorlopig niet meer zal kunnen leven zoals nu. Sterker nog, het wordt nooit meer zoals het was. Dat is natuurlijk altijd zo, maar bij zo’n ingreep is het even wat scherper. Het stelt alles een beetje in een ander licht. Ik had het er al eerder over.

Nog steeds blij met het mooie weer. Gisterenochtend met Annemieke in de tuin gezeten en in de namiddag, toen Mark er was, was het ook nog lekker buiten.

De contacten komen ook een beetje in een ander licht te staan. Soms wordt er ook bijgezegd: “Je nog even zien terwijl je nog heel bent”. Inmiddels loopt de agenda aardig vol. Vanmiddag komt Margo en die blijft tot maandag, maandagochtend komt Nel. Dinsdagmiddag drinken we thee met Nelli en Wim, daar of hier, afhankelijk van hoe het gaat.

Woensdag wordt weer een ziekenhuisdag, zeker de ochtend. En donderdag is opname- en operatiedag. Daar ben ik ook praktisch gezien mee bezig. Wat moet mee en is dat in orde? Ik moet natuurlijk niet Herman opzadelen met zoeken in kasten als ik het nu zó kan pakken.

Herman heeft het dan al zwaar genoeg. Ik weet van niks tijdens de operatie maar hij moet wachten tot er bericht is dat het goed gegaan is. We zijn nu eenmaal samen ziek, verbonden in voor- en tegenspoed.