Vanmorgen had Aaltje de gynaecoloog op bezoek. Hij vertelde dat het hem was gelukt de snee klein te houden, ongeveer 12 cm. De snee zit dus niet bij de navel, zodat Aaltje desgewenst een naveltruitje kan dragen.  De amicale gynaecoloog is optimistisch over het effect van de komende drie cheomokuren, en wij zijn dat nu dus ook.

Vannacht en vanmorgen moest Aaltje overgeven. Dat is een bijwerking van de morfine, die via een ruggenprik voor de plaatselijke verdoving heeft gezorgd. Inmiddels is dat stopgezet en heeft ze gewone pijnstillers, die goed werken.

Er is een eigenaardig probleem: Aaltjes huid is hypergevoelig voor vrijwel alle soorten pleister.  Daardoor heeft zij diverse  pijnlijke pleisterplaatsen, zelfs met flinke blaren.  Kennelijk slaagt ze er niet altijd in om verpleegkundigen ertoe te bewegen alleen de pleisters te gebruiken waar ze geen last van heeft.   Ook hier weer geldt, dat je als patiënt  heel goed voor jezelf moet opkomen.

Vanmiddag  ben ik op en neer naar het ziekenhuis gefietst; het grootste deel van de route is een vrijliggend fietspad langs water.  Ook mijn gezondheid is dus gebaat door het verblijf in het ziekenhuis. Vanavond is Annemieke geweest, samen met haar oudste zoon Jesper van 16, ons oudste  kleinkind.   Binnenkort vertrekt hij naar Florence en Rome voor een   ‘studiereis’ van twee weken, om daar als gymnasiast met eigen ogen de restanten te gaan bekijken van de roemrijke klassieke Oudheid.   En hij zal kennismaken met de kunst uit de Italiaanse Renaissance,  die kan worden gezien als een Wedergeboorte van die Oudheid.   Hij wordt dus niet alleen klaargestoomd voor een beroep, maar hij krijgt ook wat de Duitsers  Bildung noemen: een brede intellectuele en kunstzinnige vorming.

Ik voorzie Aaltje van lektuur en dergelijke voor de broodnodige afleiding:  interessante artikelen uit de krant, maar ook grappige dingen. Zo stond op onze scheurkalender het volgende: “Een vrouw komt een modezaak binnen en vraagt: “Mag ik die blauwe jurk in de etalage passen?” “Natuurlijk mevrouw, maar we hebben ook paskamers hoor.”  Ach, zo houden we elkaar op de been, althans in overdrachtelijke zin.