Ik voel me doorgaans gelaten, ontspannen, af en toe zelfs opgewekt.

Mijn dromen spreken nu een andere taal. Terugkerend thema is dat ik vluchteling ben. Ik ben samen met anderen verdreven. Soms zijn er bekenden bij, we raken elkaar steeds kwijt. We weten niet waarheen we gaan, we kunnen nergens blijven. Ik droom heel gedetailleerd. Het is een samenhangend verhaal. Als ik wakker word voel ik me ellendig.

Als ik een verklaring probeer te vinden voor mijn dromen, kom ik erop dat ik verdreven ben uit de normale gang van zaken, uit het gewone leven. Dat alles onzeker is, dat ik niet meer op de normale reacties van mijn lijf kan rekenen. Ik vind wel mooi dat ik nooit alleen ben. Ik ben in mijn dromen ook gelaten maar dan zonder de lichtpuntjes van overdag.

Kennelijk kan ik mij met mijn dagbewustzijn beter aanpassen aan de situatie. Mijn relativeringsvermogen zit kennelijk in mijn hersens en die zijn er in de slaap niet bij.