Ik moest om half tien op de afdeling dagbehandeling zijn. Alles zat mee en ik was er al om tien over negen. Herman nam de taxiroute, dat bleek te mogen, waarbij je helemaal niet op het parkeerterrein komt. Hij zette mij voor de deur af en ging weer naar huis. Doordat ik vroeg was lag ik al om half tien aan het infuus. Er ging niets mis, maar evengoed ben ik dan pas tegen half vijf klaar.

Ik lag vandaag op een tweepersoonskamer. Ik trof het niet zo met de kamergenoten. Vanmorgen een oude mijnheer met vrouw en dochter. Uit alles wat mijnheer en mevrouw zeiden, kon je begrijpen dat de dochter wel mee moest. Zij hield alles bij, met haar werden de afspraken gemaakt. Alles werd wel uitgelegd aan het echtpaar, maar de dochter was degene die de vragen stelde. Als mevrouw al een duit in het zakje deed, sloeg het nergens op. Het zinnigst waren nog de gesprekken over wat er gegeten moest worden en of  je wel bietjes kon koken als de afzuigkap kapot was. Daar lag duidelijk de kracht van mevrouw. Ik moest af en toe wel reageren op de enge verhalen over mijnheers ziekte. Ik hield het maar bij dooddoeners die altijd wel waar zijn en waar je je geen buil aan kunt vallen. Met de dochter had ik af en toe wel een redelijk gesprek maar zij was veel weg, om afspraken te verzetten, iets uit het restaurant te halen en om buiten een sigaretje te roken.

’s Middags was er een mevrouw die weinig spraakzaam was. Wat ze wel vertelde was niet zo aantrekkelijk voor mij. Vorig jaar had ze dezelfde kuur als ik nu en nu was de kanker terug en had ze een andere kuur. Lichtpunt, vergelijken is altijd onzin en bij haar was eerst alleen de baarmoeder weggehaald en nu had ze eierstokkanker en waren de eierstokken ook weggehaald. Die operatie is bij mij gelukkig in één keer gebeurd. Zoek de verschillen en trek je daaraan op, was mijn motto. Volslagen onzin maar ik deed het wel.

Op de terugweg chinees eten gehaald en nog even genoten van de laatste dag dat eten nog smaakt zoals het hoort.

En nu naar bed, ik ben moe.