Aaltje wilde vanmiddag een kroket. Lijkt geen probleem:  schuin tegenover ons is een snackbar. Maar buiten het seizoen is die alleen in het weekend open. Wat nu?   Het bleek dat Aaltje genoegen wilde nemen met iets anders.

Dit alledaagse voorval riep bij mij interessante vragen op.  Ik legde die vragen aan Aaltje voor, maar de antwoorden moest zij mij schuldig blijven.  Hoe weet je nou waar je trek in hebt?  Wáár voel je dat?  Hoe zou het komen dat iemand op een bepaald moment heel graag iets specifieks wil eten of drinken?  Allemaal variaties op de kernvraag van Freud, waarop zelfs hij na jaren van onderzoek  het antwoord niet wist: “Was will das Weib? ” .  Ik blijf dus in het duister tasten. Als ik dezelfde vragen aan mijzelf voorleg, dan is mijn reactie: de vragen gaan uit van de veronderstelling dat ik op een bepaald tijdstip trek heb in iets specifieks. Welnu, die veronderstelling klopt niet.  Ik heb tegen etenstijd trek, maar nooit in iets speciaals.

Hoe zou het komen dat ik niet zo’n fijnzinnig smaakgevoel heb ontwikkeld?  De mogelijke verklaring is de Hongerwinter. Misschien ontwikkelt een kind als het een jaar of vijf is  een instinct voor wat goed voor hem of haar is.  Dat gaat misschien zo:  het onbewuste deel van het brein signaleert bijvoorbeeld  een laag HB-gehalte in het bloed, wat doet verlangen naar  ijzerrijk  voedsel.   Het tekort aan Natrium Chloride  in het lichaam roept wellicht de behoefte aan zout eten op, enz.  In de Hongerwinter was er niets te kiezen.  De ene dag was er koolsoep, de volgende dag  een vieze brij van suikerbieten.  En of er de derde dag überhaupt iets te eten zou zijn moesten we maar afwachten.  En dat vele maanden lang.

Ik eet niet graag buiten de deur. Want kelners willen meestal graag weten wat ik wil eten.  Het correcte antwoord zou zijn: “Geen flauw idee”.   Als het mij al lukt om de spijskaart te begrijpen (hetgeen in landen die wat verder weg leggen bijna onmogelijk is) dan  kies ik  uit wat er overblijft,  want ik weet wél wat ik zeker niet wil.  Thuis en bij familieleden en goede vrienden heb ik  daar geen last van; daar hoef ik immers de maaltijd – godzijdank – niet te beginnen met het reageren op een onbeantwoordbare vraag.   

Het wordt pas echt interessant  als mensen beweren ’s morgens zeker te weten wat zij ’s avonds of de volgende dag willen eten.  Wel handig om dat te weten als je boodschappen gaat doen. De afgelopen maanden heb ik bijna dagelijks inkopen gedaan. Vertrouwen op mijn intuïtie voor smaakvol eten voor die dag en de daaropvolgende dagen kan niet.  Ik probeer  te onthouden wat we de dagen daarvoor hebben gegeten,  zodat er  variatie is  in mijn voedingsaanbod aan Aaltje.  Dat is voor mij een grote omslag; als regel was ik bij het toetje al vergeten wat we die maaltijd hadden gegeten.  Voor degene die met liefde en zorg de maaltijd had bereid is dat geen prettige ervaring.  Het kán namelijk worden gehouden voor achteloosheid of zelfs ondankbaarheid voor die liefde en zorg.  Ikzelf zie dat anders:  ik geniet  tijdens het eten van het toetje  zó intens van het hier en nu dat ik me niet de vraag stel wat ik daarvóór  at.