Op een of andere manier roept het woord “dankbaar” weerstand op. Dat zal komen doordat het nogal eens om een opgelegde dankbaarheid gaat. Je móet dankbaar zijn. Vooral binnen relaties steekt dat nogal eens de kop op. Ik doe zoveel voor jou, je mag weleens dankbaar zijn. In mijn werk kwam ik regelmatig tegen dat familierelaties verstoord waren door die eis van dankbaarheid. Komt nooit meer goed. Want de eiser vindt ook nog eens dat het spontaan moet en dat kun je bij een eis helemaal wel vergeten.

Toch ga ik het woord gebruiken. Ik ben nu vaak zó dankbaar en nog spontaan ook. Het welt zomaar op. Wat dat betreft stijgt de waardering voor de zorg die ik ontvang enorm als ik af en toe alleen gelaten word. Het moet allemaal niet te vanzelfsprekend worden. Hoe zwaar het af en toe ook is, ik word verzorgd, ik ben niet alleen. Ik kan de signalen van mijn lijf volgen omdat ik niets hoef. Er zijn ook mensen die ditzelfde doormaken en alleen zijn, die hulp moeten organiseren als ze het nodig hebben. Om maar te zwijgen over de moeders met een gezin die hier doorheen moeten en er toch ook willen zijn voor hun kinderen.

Maar ook zonder die vergelijkingen ben ik dankbaar voor wat ik ontvang. Kanker is ellende. Chemokuren en een operatie zijn zwaar en belastend. Maar binnen die omstandigheden heb ik geluk en dat waardeer ik. Niks mis met het woord “dankbaar”, als het maar spontaan mag komen en gaan.