Herman is vanmorgen maar even meegegaan naar de afdeling. We hebben aan de verpleegkundige uitgelegd dat de tumormarker CA125 gestegen was en dat het spannend was of die inmiddels weer gedaald was. Zij kon dat nakijken en dan overleggen met de oncoloog. Ze kwam vrij snel vertellen dat de marker wel gedaald was maar niet naar het niveau van na de operatie. Als ik het goed heb, was het na de vierde kuur (de eerste na de operatie) 69 en nu, na de vijfde kuur 55. Het moet onder de 20 komen. De vraag is dus of de chemokuur van vandaag dat voor elkaar krijgt. Er was in ieder geval geen twijfel over het toedienen van deze kuur, maar het is dus niet zeker dat het de laatste is. Over ruim twee weken moet ik bloed laten prikken en dan belt de oncoloog mij na een aantal dagen op, om te vertellen wat de uitslag is en hoe het verder gaat. Tot acht december weer onzekerheid dus.

Ik had er gisteren een rotdag door. Ik kan  er gewoon slecht tegen als het ineens weer heel anders blijkt te zijn dan ik verwacht. Zo’n dag als vandaag, tussen allerlei andere patiënten met hun eigen ellende, relativeert wel weer. Nu eerst maar de gevolgen van de chemo ondergaan en dan zien we wel weer. “Dat zien we dan wel weer”, is een uitspraak die we vaak gebruiken. Nu we het niet weten kunnen we er toch niks zinnigs over zeggen,  dus schuiven we het vooruit naar de dag dat we het wel weten. Er zit een grote wijsheid in.