Mijn huisarts kan ik ook via email consulteren. Gisteren even overlegd over de pijnstillers. Ik heb genoeg in huis en weet nu wat ik maximaal kan nemen. Daar blijf ik nog wel onder maar de pijn is nu onder controle. “Je wordt wel wat suffig, zeker ’s nachts”, was zijn boodschap. Geen enkel bezwaar tegen suffigheid en al helemaal niet ’s nachts. Gisteren nog normaal gegeten, normale portie en het smaakte ook zoals het eruit zag. Tot nu toe ging het op vrijdag altijd mis maar pas later op de dag.

Wat is de computer toch een verworvenheid. Als er iemand op bezoek is geweest bij Elly komt er een mail met de laatste stand van zaken. Ze is gisteren heen en weer naar het VU-ziekenhuis gebracht omdat ze daar mogelijk iets konden doen aan de tumoren in haar hoofd. Dat wil zeggen, proberen de uitwerking  daarvan te verminderen. Ze is heel duizelig en heeft een vorm van afasie. Het zou mooi zijn als dat afneemt. Ik heb begrepen dat er geen hoop is op herstel. Een paar weken geleden leek er nog niets aan de hand. Goed dat er zo’n openheid over kan zijn.

Ik had een paar weken geleden een boekje voorgelezen aan Lode en Eppe waarin een meisje dood gaat door een ongeluk. Eppe keek me aan en zei: “Jij gaat ook dood”. “Ja dat is zo”, zei ik, “Maar nu ben ik alleen nog maar ziek”. Lode legde op een belerend toontje aan zijn zusje uit dat àlle mensen dood gaan. En toen wilden ze een ander verhaaltje. Ze kozen: Poep aan de muur. Toen ik later vroeg welk verhaaltje ze het mooist vonden, werd er door Lode toch naar het boekje over de dood van een vriendinnetje gewezen.