Het was misschien naïef om te denken dat, na een half jaar van zware behandelingen, een goede tijd zou aanbreken. We wisten weliswaar niet hoe lang die goede tijd zou duren, maar toch was de hoop daarop gericht. Die hoop was ook noodzakelijk, zonder hoop kom je zo’n zware tijd niet door. Er was, denk ik, ook wel een kans dat het zo zou lopen. Maar het liep niet zo.

Ik ben de hoop even kwijt. Ik geloof nog wel in goede periodes, ik denk zelfs dat dat de komende weken al zo zal zijn, maar ik ben bang dat het steeds korte periodes zullen zijn. Kanker als chronische ziekte, die steeds weer met nieuwe middelen bestreden kan worden. Middelen die meer of minder belastend zijn maar die mijn leven, ons leven, wel gaan beheersen.

Ik zal proberen me te richten op kleine hoopjes: vandaag een blokje om, in het weekend de kerstlichtjes in de voortuin, me minder moe gaan voelen en weer genieten van “gewoon”.