In de afgelopen bijna zestig jaren is het mij meestal aardig gelukt om mogelijkheden tot verbetering van mijn situatie met beide handen aan te grijpen.  Maar nu ben ik beland in een situatie die voor mij vrij nieuw is:  ik kan medisch gezien niets doen aan de verbetering van Aaltjes gezondheid.

Ik ben een kind van mijn tijd, opgegroeid in het besef dat wij architect én uitvoerder zijn van ons eigen leven. In dit verband vallen dikwijls de termen ‘maakbaarheid’ en ‘eigenmachtigheid’, daarmee suggererend dat wij ons leven naar eigen inzicht kunnen inrichten.  Uiteraard rekening houdend met de levensprojecten van je naasten.  

“Ergens’  wist ik natuurlijk allang dat daar grenzen aan zijn.  Ziekteprocessen zijn dikwijls wel beïnvloedbaar, maar altijd slechts tot een bepaalde hoogte. En soms zelfs dat niet.  Er rest mij, wat dit betreft, niets anders dan mij over te geven aan de deskundigheden van samenwerkende oncologen.  Hun wil is mijn wet.

Tot zover de medische kant.  Want aan de andere kant kan ik juist wél bijdragen aan een verandering van onze situatie, althans aan de beleving  van onze situatie.  Bij voorbeeld door de beoefening van ‘liefdadigheid’ in de oorspronkelijk zin van dit mooie woord:   voor Aaltje  zorgen omdat ik van haar hou.  Ik probeer de daad bij de liefde te voegen.

Erover schrijven en praten helpt ook.   Ik schrijf nu therapeutisch. En dat werkt, ook al zou geen hond dit lezen. (Hetgeen mij zeer waarschijnlijk lijkt: honden kúnnen immers niet lezen!) 

Daarbij komt nog de slopende ziekte van mijn zusje Elly, nu liefdevol verzorgd in een hospice in Sassenheim.  Het is me even te veel van het niet-goede.  Ik schakel daarom terug naar een lagere versnelling, zodat er meer ‘ruimte’  komt om te genieten van dit leven.