Aan het lijstje van mensen over wie ik mij zorgen maak,  Aaltje, mijn zus Elly, mijn goede vriend Piet, een dochter van goede vrienden en nog meer, heb ik onze dochter Liesbeth toegevoegd.  Ze  is gisteren  geholpen aan een voet. Terwijl zij van te voren heel duidelijk te kennen had gegeven geen narcose te willen bleek na de ingreep dat zij wél narcose had gekregen. Een belangrijk beginsel in de geneeskunde is de autonomie van de patiënt:  hij hoeft geen enkele behandeling tegen zijn wil te ondergaan (hoge uitzonderingen daargelaten, zoals bij gevaar voor anderen.)

Wat de zaak van Liesbeth zo ernstig maakt is dat  de behandeling  plaatsvond tegen haar uitdrukkelijke wil in (dus niet slechts zonder haar toestemming).  Mogelijk is er ergens tussen de ene en de andere behandelaar een communicatiefout gemaakt.  Zoiets kan nooit helemaal worden uitgesloten, maar wat wél kan is dat  vlak voor de ingreep nog even wordt besproken wat er precies zal gaan gebeuren. 

Er is natuurlijk sprake van een ongelijke verhouding tussen arts en patiënt: de ene is een hoogopgeleide en gespecialiseerde professional, de ander is doorgaans een leek  die bovendien ziek is of een ander probleem heeft.   Om die scheve verhouding een beetje recht te trekken hebben artsen een zorgplicht   ten opzichte van de patiënt.

Ik schrijf dit hier uit therapeutische overwegingen, maar misschien houdt het ook een goed bruikbare waarschuwing in voor een ieder die ooit  wordt geconfronteerd met iemand uit de kaste van medici.  Wijs geworden door ervaring is mijn aanbeveling:  wees wantrouwig, maar laat dat vooral niet merken.  Speel alsof je vooral erg goed geïnformeerd wilt worden.  En blijf waakzaam.

Het is eigenlijk een treurig verhaal: je kunt blijkbaar niet blindelings vertrouwen op mensen aan wie je je graag zou willen toevertrouwen omdat je lichamelijke problemen hebt.