Ook mij overmande de twijfel:  ga ik me opnieuw beschikbaar stellen als collectant voor Amnesty?  Een echte gewetensvraag!   Ik collecteer al zo’n   zeven  of acht jaren in de tweede week van februari.  De vrieskou en snijdende wind kunnen mij teisteren, maar vooruit, gemarteld worden omdat je een politieke dissident bent is nóg erger.  Begin februari valt het duister vroeg in, en vele vooral oudere mensen reageren dan niet meer op de deurbel.  Overdag collecteren levert heel weinig op, bijna niemand   is (of geeft) thuis.  En schooien om geld is so wie so vreselijk, al is het niet voor mijzelf.  Ik wilde er dus heel graag van af. Maar hoe in vredesnaam ?  

Alle argumenten bleken niet valide.  Mijn leeftijd? Onzin. Het zou trouwens de eerste keer zijn dat ik me überhaupt op mijn gevorderde leeftijd zou beroepen (afgezien van kortingen in het Openbaar Vervoer).  De ziekte van Aaltje?  Ja, dat leek me wel wat.  Maar mij beroepen op mijn zorgtaken jegens Aaltje vond ik bij nader inzien te ongeloofwaardig:  Aaltje loopt al vrolijk rond in het dorp.  Dan toch maar gewoon zeggen dat ik er gewoon geen zin meer in heb?   Toen schoot me wat te binnen:  via de stichting VredesWetenschappen zet ik mij al in voor meer aandacht in de politiek,  het bedrijfsleven en de consumenten voor de bescherming van de rechten van de mens.  Op zichzelf bezien is dat wel waar, maar als argument tégen collecteren voelt het als een redenering pour besoin de la cause,  met de haren erbij gesleept.  Ik moest iets beters verzinnen om ook voor mezelf  geloofwaardig te blijven.

Toen kwam – geheel onverwacht – het verlossende moment.  Aaltje en ik waren naar het winkelcentrum gelopen, voor Aaltje de eerste keer sinds een hele lange tijd.  In de boekwinkel  trof ik de coördinatrice van de collecte die bij mij informeerde of ik weer beschikbaar was. Maar zij liet meteen doorschemeren dat ik ook makkelijk nee zou kunnen zeggen. Er hadden zich namelijk verschillende nieuwe collectanten aangemeld.  Alle vooraf  bedachte tegenargumenten behoefde ik niet in de strijd te gooien: ze was meteen overtuigd toen ik opbiechtte dat ik er erg tegenop zag en blij zou zijn ervan verlost te zijn.  Zelf heeft ze zo’n gloeiende hekel aan collecteren dat zij coördinatrice is geworden.  Verlost van een rotklus, en toch een schoon geweten. 

 De ziekte van Aaltje heb ik niet misbruikt om mij te onttrekken aan   een daad van naastenliefde jegens de slachtoffers van schendingen van mensenrechten. Zonder wroeging kan ik straks uit overtuiging meezingen: vrede op aarde aan alle mensen van goede wil.