Het is prachtig als ik naar buiten kijk, er is hier nog wat bijgevallen vannacht. Dik pak sneeuw, zoals bijna overal. Het is ook stil buiten;  als er al auto’s rijden hoor je ze bijna niet. Ik kan meestal de tijd ’s morgens wel ongeveer inschatten aan het licht en het geluid van het verkeer. Nu was het licht maar verder zondags stil, negen uur al. Meestal ben ik eerder op.

Toch moeten we vandaag wel zien dat er boodschappen in huis komen. De auto staat onder een dikke laag sneeuw op de oprit. Gisteren zat de sneeuw op de voorruit vastgevroren. We kunnen de binnenkachel een tijdje aan doen. Dat is het voordeel van in een campertje rijden. De binnenkachel gaat aan op de huishoudaccu en verbruikt diesel, geen nadelig effect op starten dus. Van de oprit af rijden met gladheid is ook nog wat. We hebben al gauw met drie auto’s te maken waar we tegenaan kunnen glijden. De boodschappen kunnen we trouwens ook lopend doen. Herman kan mijn duwkarrretje trekken en ik kan met mijn stok lopen. Er ligt een boodschappenlijst voor minstens een week om de kerstdrukte te ontlopen.

Tut, tut, tut, hebben we opeens dezelfde problemen als heel veel Nederlanders en wij hoeven nog niet eens naar ons werk.