Ik neem min of meer weer gewoon deel aan de gang van zaken in en om het huis. In een aantal opzichten voel ik me nog onzeker. Gisteren wilde ik naar het dorp lopen,  maar het lopen over een gladde, ongelijke ondergrond beviel me slecht. Bij de hoek ben ik weer omgekeerd. Autorijden heb ik in geen maanden gedaan, het lijkt me ook niet slim om dat nu het glad is weer eens te gaan proberen. Onzeker over wat ik aan zal trekken bij speciale gelegenheden was ik altijd al wel. Nu toch extra, er moet ook nog eens een muts en een sjaaltje bij passen. Mijn onzekerheid over het slapen in Benningbroek is op twee manieren opgelost: Peter en Liesbeth bieden hun bed aan èn ik heb mijn huisarts om een slaappil gevraagd waarvan ik weet dat die werkt voor mij.

De onzekerheid over hoe het verder met mij zal gaan is een constante die op een bepaalde manier wel went.

Straks komt Will, ze rijdt met haar zoon Jeroen mee die vandaag in Den Haag moet zijn. Herman en Will gaan samen even naar Elly. Mijn bijdrage aan het kersteten is een eenvoudige ovenschotel het enige onzekere is of ik die vandaag al maak of morgenochtend.