Onze kinderen wilden dit jaar een ‘duurzame’  kerstviering in de boerderij van Liesbeth en Peter in Benningbroek.  Dat treft, want ik ben altijd al voor duurzaam geweest, althans voor duurzaamheid van het ware, het goede en het schone. Overkoepeld en daardoor bijeengehouden door de liefde.  In Benningbroek  bleek dat duurzaamheid vooral in verband werd gebracht met het aangeboden voedsel: biologisch,  uit de eigen streek en anderszins voortgebracht en bereid op een wijze die de levensvoorwaarden voor mensen die na ons komen zo veel mogelijk ontziet.  In de aanloop naar kerstmis zag ik op de TV dat het weer ‘goed’ gaat met ons: er is tien miljoen euro meer uitgegeven voor de kerst dan vorig jaar. De meeste geïnterviewden wekten bij mij de indruk dat kerstmis  het feest van de veelvraat is.

De intieme soberheid in de vertrouwde kring van kinderen en kleinkinderen,  overkoepeld en bijeengehouden  door een grote stolp,  vormde daarmee een groot contrast.  Kerstmis als concentratiepunt van de levenswijze zoals die het hele jaar door geleefd zal worden.  Hopelijk op de manier waarop onze koningin  dat in haar voortreffelijke kersttoespraak onder woorden heeft gebracht.

Voor een goed verstaander bevat de koninklijke kerstboodschap een   niet mis te verstane politieke  boodschap: ons hele handelen, niet alleen in de sfeer van familie en vrienden, zou in het teken moeten staan van liefdevolle zorg om en voor elkaar.  De koningin heeft  duidelijk laten zien  dat barmhartigheid en naastenliefde niet strijdig zijn met de persoonlijke vrijheid. Ik zou het nog sterker willen zeggen: de persoonlijke vrijheid is de noodzakelijke voorwaarde om echt barmhartig en liefdevol te zijn.  De realiteit van veel ontwikkelingen in de economie, de samenleving en de politiek is, bezien vanuit dit oogpunt, voor verbetering vatbaar, zeker mondiaal gezien.

Precies vijf jaren geleden vierde ik  kerstmis in Bethlehem. Er was daar wél plaats voor mij, namelijk  in de beslotenheid van een katholiek Palestijns gezin.  Op Eerste Kerstdag werd daar een kindje geboren. Die dag en de dagen daarna ontvingen wij veel kraambezoek.   De komst van wijzen uit het Oosten heb ik niet afgewacht: ik wilde naar huis om Oud en Nieuw te vieren.

 Bethlehem ligt op maar zeven kilometer van Jeruzalem, maar tussen die plaatsen staat een acht meter hoge Muur, gebouwd door Israël maar op bezet Palestijns gebied.  Er zijn mensen, ook in Nederland, die de Muur zien als de belangrijkste beschermingswal ter wereld tussen het beschaafde christelijke Westen en de gevaarlijke en achterlijke Islam.  Waarbij zij over het hoofd zien dat aan gene zijde van de Muur christelijke en islamitische Palestijnen wonen die hartstochtelijk naar vrede verlangen.  De Nachtmis die ik in Bethlehem bijwoonde werd ook bezocht door President Abbas, als teken van verbondenheid tussen moslims en christenen.  Zo, in die beklemmende en  gewelddadige omgeving, kan ook kerstmis worden gevierd.  Op de plaats waar vanuit de hemel  werd opgeroepen  tot het stichten van vrede op aarde.   De Nachtmis in Bethlehem werd voorgegaan door de patriach van Jeruzalem; in zijn preek in diverse talen riep hij op tot verzoening en het stichten van vrede.

En wij, bij elkaar onder de stolp in Benningbroek, luisterden ook naar het kerstverhaal.  Niet met een preek van een kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder, ook niet in aanwezigheid van een belangrijke wereldse gezagsdrager.  Wij luisterden  naar het eenvoudige verhaal van Maria en Jozef, voor wie geen plaats was in de herberg.   Naar het verhaal van het kind dat later het aanschijn van de aarde zou vernieuwen.  In de voormalige stal in Benningbroek werd het verhaal verteld door Mark. Goed dat dit verhaal van eenvoud en duurzame vrede wordt doorverteld, van generatie op generatie.