Vanmiddag rijden we opnieuw naar het ziekenhuis. We hebben een afspraak met de psychologe. Het is lang geleden dat we haar spraken. De laatste keer was toen ik nog in het ziekenhuis lag na de operatie. Ik probeer de afspraken met haar te combineren met een andere afspraak maar dat lukte nu niet.

Mijn psychologische straatje is aardig schoon geloof ik. Aanvankelijk had ik moeite met het verlies van de status van zieke. Als je weer min of meer deelneemt aan het bestaan buiten de deur, wordt er ook weer meer van je verwacht. Beter gezegd: denk ik dat er weer meer van mij verwacht wordt. Nog beter gezegd: verwacht ik meer van mijzelf.  Als het mij zo goed lukte om mijn grens aan te geven toen ik me beroerd voelde, waarom zou ik dat nu dan niet kunnen? Na iedere chemokuur had ik er vertrouwen in dat ik mij wel weer meer zou gaan bewegen als ik me daartoe in staat voelde. Dat gebeurde ook. Eigenlijk gaat het nu ook zo, ik voel heel goed wat ik wel en niet aan kan. Soms ga ik iets te ver en misschien doe ik dingen niet, die ik eigenlijk wel zou kunnen. Geen probleem dus.

We willen het wel hebben over het wantrouwige gevoel dat we inmiddels hebben ontwikkeld ten opzichte van de verschillende maatschappen in het ziekenhuis. Of eigenlijk het wantrouwen over de samenwerking tussen die verschillende maatschappen. We hebben daar allebei last van. We hebben natuurlijk ook wel een manier gevonden om ermee om te gaan maar het voelt niet lekker. In zekere zin gaan we bij de duivel te biecht, want ook onze psychologe is een vrijgevestigde specialist binnen het ziekenhuis. Des te interessanter hoe ze ons daarin bij kan staan.