Al heel vroeg wist ik dat mijn grootouders van vaders kant gescheiden waren, dat was geen geheim in de familie. Er werd wel schande over gesproken dat mijn grootvader zijn gezin in de steek had gelaten.

Nu wilde ik de foto’s uit mijn vrouwelijke lijn van onderschriften voorzien en binnen een uurtje zat ik ook nog eens met een gescheiden overgrootmoeder van moeders kant! Nooit geweten. Gromoetje, zoals ze genoemd werd, staat nog op zo’n vergeelde foto met mijn moeder als verongelijkte tiener. Ik dacht trouwens altijd dat mijn zus Nettie ook nog met haar op een foto stond maar dat kan helemaal niet, ze stierf in 1929.

Ik heb nog navraag gedaan bij degene die het stamboomonderzoek gedaan heeft in die familie, maar die weet ook niet hoe het zat met die scheiding. Mijn fantasie slaat natuurlijk op hol. Scheiden in 1911 was niet niks, geen bijstand in ieder geval. De kinderen waren vermoedelijk al de deur uit en het huwelijk had toen al dertig jaar stand gehouden. Mijn verre neef meldt me via email dat mijn overgrootvader  enkele maanden na zijn scheiding opnieuw getrouwd is met een vijf jaar oudere weduwe. Nou ja zeg! Ik mag die man niet.

Mijn overgrootmoeder Elisabeth Vonk had ook een zus die Aaltje heette, dat is dan wel weer leuk. Ik heet trouwens naar de in de steek gelaten oma van vaders kant, Aaltje Noorman. Eigenlijk heet ik naar mijn beide grootmoeders: Aaltje Jansje. Ik heb het mijn ouders lang kwalijk genomen, zeker omdat mijn zus Jeanette Elisabeth heette, dat klinkt toch anders. Inmiddels ben ik verzoend met mijn namen. Dat is gewoon wie ik ben.