Mijn overgrootvader, Abraham van Veen, was de zoon van een slagter. Zijn eigen beroep staat niet vermeld. Dat kan toch niet goed zijn voor een kind, als je vader slagter is. Hij ‘slagte’ vast aan huis, groeit zo’n kind op in zo’n weeë bloedlucht. Ziet zijn vader in de weer met messen. Nee, daar word  je niet vrouwvriendelijk van. Misschien ging hij wel slaan als zijn vrouw ongesteld was, deed die lucht hem aan zijn gewelddadige vader denken. Wat hem in de weduwe trok moet ik nog verzinnen, veel geld wellicht en in ieder geval menstrueerde ze niet meer. Zo’n soort boek zou ik erover schrijven als ik een boek kon schrijven.

Herman is nuchterder, toen ik verontwaardigd vertelde dat Abraham kort na zijn scheiding hertrouwd was, zei hij dat dat wel vaker voorkwam. Er werd soms pas gescheiden als een van de twee opnieuw wilde trouwen. Als de scheiding dan rond was, kon er getrouwd worden. Het zegt niet zoveel over het tijdstip waarop Abraham en Elisabeth uit elkaar gegaan zijn. Elisabeth is trouwens weggegaan of eruit gezet. Volgens mijn verre neef woonde Abraham eerst met vrouw en kinderen (onder wie mijn oma Jansje) op hetzelfde adres als waar hij later met zijn tweede vrouw woonde.

Wat een getob, ik kan voorlopig beter afscheid van ze nemen.