Volgens Aaltje is zij opgevoed met het idee dat de goden worden verzocht als je afspraken maakt als je ervan uitgaat dat het goed zal gaan.  Dat roept bij mij de vraag op wat mijn opvoeding mij op dit punt heeft bijgebracht.  Ik kan me niet herinneren dat dit onderwerp  destijds ooit in die vorm ter sprake is gekomen.  Tenzij hier van toepassing zou zijn: “doe je best, en God doet de rest.”  Daardoor maak ik alleen maar afspraken als ik ervan uit ga dat het goed zal gaan. Want anders zou ik die afspraken beter niet hebben kunnen maken.  

Directe aanleiding voor de Midweek in Mill (Noord-Brabant) is een symposium dat wordt gehouden ter gelegenheid van het ‘functioneel leeftijdsontslag’  van mijn (jongste)  zusje Christine.  We zullen een gedegen verhaal horen  van een vrouwelijke lector over “professionaliseren staat gelijk aan dicht bij de klant werken”.   Het blijft niet bij luisteren, we worden ook aan het werk gezet in dialoogsessies  (praatgroepjes).  Zo wordt ons inzichtelijk gemaakt hoe narratieven herleid worden naar vraagpatronen.

Stel dat Aaltje en ik allebei klant zijn, ieder met ons eigen narratief:   “De goden verzoeken.”  resp.  “God doet de rest”.   Zal ons inzichtelijk worden gemaakt tot welke vraagpatronen onze narratieven kunnen worden herleid?

Ik mag dat wel:  je  denkt  naar een gezellig familiefeestje te gaan  omdat je zus ophoudt met werken, en je wordt zélf aan het werk gezet. Misschien  leidt mijn narratief  tot een ‘vraagpatroon’   op grond waarvan ik aan mezelf moet gaan werken.  Hopelijk zal ik daarbij optimaal gebruik kunnen maken van ‘een vernieuwende transdisciplinaire werkwijze.’

Later zal hopelijk blijken dat ik heel blij zal zijn met de afspraak dat ik aanwezig zal zijn op het  symposium.