Onze vriend Jan Sneep ligt in het ziekenhuis, hij kreeg een nieuwe knie. Hij ligt er maar een midweek maar we wilden toch even op bezoek. Gisteren dus ons vertrouwde ritje naar ons vertrouwde ziekenhuis,  maar nu alleen voor ziekenbezoek. Jan is maandag geopereerd en had woensdag alweer op krukken rondgelopen, zelfs op de trap ging dat goed. Vandaag komt hij weer naar huis.  Jan lag er dus monter bij. We namen gezellig even wat menselijke kwalen door en wat minpuntjes in de gezondheidszorg. We zijn het eens over de prettige behandeling in ‘ons’ ziekenhuis.

In het afgelopen jaar lag ik verschillende keren in een soortgelijke kamer in hetzelfde ziekenhuis. Ik was me heel erg bewust van het moment van jas aantrekken, afscheid nemen en naar de lift lopen. Ik ging gewoon wég van dat bed, ik hoefde niet te blijven. De mevrouw met de kar met drinken was al aan haar ronde begonnen, van bed naar bed: “Wat wilt u drinken”? Ik ging thuis wat drinken.

Het was druk bij de betaalautomaten voor de parkeerkaarten. Ik keek een meneer aan die kennelijk ook op de betaler stond te wachten. Hij zei, met een knikje naar de mensen: “Ze willen allemaal weg”. Hij was nog vol van de onderzoeken die hij net achter de rug had en begon er een heel verhaal over. Toen ik Herman bij de draaideur zag, wees ik naar hem, zei dat mijn man op me stond te wachten en liep met een groet weg bij de man.

Ze willen allemaal weg en ik ook! Ik waardeer iedere stap die ik daarbuiten loop.