Als ik klaar ben op de computer of als ik even speling wil tussen de dingen die ik doe, speel ik een spelletje. Altijd hetzelfde: spider solitair. Ook nog eens in de eenvoudigste versie. De enige uitdaging is dat ik probeer om het binnen 100 zetten af te krijgen. Er zit net iets meer spel in dan in patience, maar verder lijkt het er wel op.

Mijn moeder had zo’n hekel aan kaarten, dat er liever niet mee gespeeld werd bij ons thuis. Bij oma mocht het wel en die leerde mij ook spelletjes, hartenjagen en ook patience. Als ik het toen op had moeten schrijven, zou ik ‘pasjans’ geschreven hebben, oma ook denk ik. De hartstocht van oma voor het kaartspel en de weerzin ertegen van mijn moeder  hielden rechtstreeks verband met elkaar. Mijn vader had niet speciaal iets tegen kaarten maar hij hield rekening met mijn moeder. Hij kon trouwens wel heel neerbuigend doen over een tante die veel patience speelde. De verhouding met die tante  was verder ook  niet zo geweldig,  maar ik verbond het met de kaarten op tafel. “Kaarten: foute boel”, was de boodschap.

Ik speel mijn spelletje op de pc dus enigszins besmuikt. Het hoort eigenlijk niet maar ik doe het lekker toch.