Gisterenochtend gingen we eerst op verkenning in de tuin. Het lijkt een landgoedtuin met heel verschillende gedeelten. In een bosachtig stukje staat een ‘oud’ muurtje waar water uit een ‘bron’ komt dat wordt opgevangen in een ruim gemetseld bekken, ook verweerd en bemost. Ik denk toch dat je het geheel zó in je eigen tuin kunt laten maken, verweerd en wel. Het meest opvallend zijn de kapel en de ernaast liggende graven. De kapel is zo’n wegkapelletje zoals je die wel meer in het zuiden ziet. Het is ingericht met oude spullen, maar er staan ook kaarsjes klaar om te branden en er klinkt zacht religieuze muziek. Dat laatste maakt het voor mij kitsch, veel meer dan de oude aandoenlijk lelijke beelden die er staan. Naast de kapel ligt een familiegraf waar de laatste eind vorige eeuw begraven is. Ik denk dat dat niet bij de mogelijke tuinontwerpen hoort, bijzonder is het wel. Er zijn ruime weiden voor de drie ezels en de geiten, maar die bleven nu liever in de buurt van hun stal. Er is ook een grote jagershut, op hoge poten, die uitzicht geeft op de aangrenzende weilanden. Het is duidelijk niet de bedoeling dat gasten er gebruik van maken. Het beukenprieel, waar ik een foto van plaatste, is een staaltje van vakmanschap. Het zal een behoorlijk aantal jaren duren voordat het er zo uitziet.

Na de lunch vertrokken we naar Heeswijk waar een grote abdijboekhandel is. Herman wilde de studiebijbel bekijken om te zien of hij die wilde hebben. Hij wil hem niet. Eerst opkomende antwoord op: “Waarom niet?”, was: “Te kleine letter”. We neusden nog een tijdje rond en kochten natuurlijk toch een aantal boeken en kaarten.

Het was nog vroeg, ik had nog energie en dus belde ik Tiny om te vragen of we daar thee zouden drinken. We waren welkom en dus reden we van Heeswijk naar Oisterwijk. Tiny’s moeder is overleden en wordt vandaag gecremeerd. Het was goed om daar een poosje te zijn.

Het was rond zes uur toen we weer in Mill waren. We haalden eten bij de chinees waar we langs kwamen en aten dat op voor de televisie ‘thuis’. Vroeg naar bed en lekker geslapen.

Straks splitsen we op. Herman gaat naar de crematie in Dieren en ik ga naar het symposium van Christine. Het komt nu wel erg goed uit dat we in een appartement zitten op anderhalve kilometer afstand van het kasteel waar het allemaal plaats vindt. Ik kan er vanmiddag naartoe lopen en Herman komt er na de crematie ook naar toe.

Vanmorgen tutten we maar wat aan. Mijn eerste kopje senseo heb ik al op, erg fijn dat er zo’n apparaat staat net als thuis.