Thuis is anders als je er máánden achter elkaar bent, dan wanneer je er weer thuis komt na een paar dagen. Ik kom graag thuis: “Dag huis”, denk ik dan. Ik heb dàt thuiskomen ook gemist. Het ene nachtje met kerst telt als ‘weg zijn’ niet helemaal mee. Alle keren thuiskomen uit het ziekenhuis was ook anders, dat was ‘passief thuiskomen’, thuiskomen als patiënt. Ook heel fijn, maar anders. Thuiskomen en de gewone draad weer oppakken, daar heb ik het over.

Ik waardeer thuis nadat ik bezig ben geweest van ergens anders thuis te maken. Dingen een beetje verplaatsen in zo’n huisje, kijken hoe het voor mij handig is en uitzoeken hoe alles werkt. Ik vind dat trouwens heel leuk om te doen.  Maar thuis heeft alles een vaste plek, precies die plek die ik handig vind. De apparaten werken op snelle vingerdrukjes en ik hoef niet eerst een gebruiksaanwijzing door te lezen. Thuis is al thuis, ik hoef het er niet van te maken.

Doordat we al voor de middag thuis waren, kon ik nog gewoon de vrijdagse gang naar de markt maken. ’s Middags een kopje thee halen bij Hennie en Jan en tegelijk op ziekenbezoek daar. Lekker koken in mijn eigen keuken en vroeg naar mijn eigen bed.

Zo ziet mijn ‘gewoon thuis’ eruit.