Het lijkt alsof mijn leven weer zijn gewone gangetje gaat. En voor een groot deel is dat ook zo. Het valt nu even tegen. Gisterenmiddag sloeg opeens de vermoeidheid toe. Daarvoor was ik nog met Nel naar het dorp gelopen en hadden we gezellig zitten handwerken. Ik zou ook nog even met Hennie gaan wandelen omdat het zulk prachtig weer was,  maar mijn energie was op. Ik was moe en bleef moe. Voor tien uur moe naar bed, goed geslapen maar ook moe weer wakker. Ik voel me een vertraagde film.

Ik heb de informatie over de bijwerkingen van de chemokuur er nog maar eens bij gepakt. Vermoeidheid kan maanden en zelfs jaren duren. Het ligt dus niet aan mijn eigen natuurlijke lamlendigheid, het hoort erbij.

Eigen valkuilen spelen natuurlijk wel een rol. Ik heb heel weinig moeite met niks doen en een beetje aanlummelen en zolang ik dat doe gaat het wel goed. Maar ik wil ook graag contact met anderen, weer dingen samen doen en daar gaat het mis. Ik verlies al gauw mijn eigen ritme en pas me aan. Vriendinnen met wie ik samen ben zijn er alert op, helpen me onthouden mijn eigen tempo aan te houden. En toch lukt me dat niet.

Met Herman alleen gaat het gelukkig goed, we hebben allebei ons eigen ritme. Wat goed samen kan doen we samen en verder houden we ons eigen tempo aan.

Voorlopig gebruik ik mijn aanpassingsvermogen maar om me aan te passen aan mijn vermoeidheid, even op het lage pitje.