De metafoor van de snelweg en de ventweg gaat veel verder dan ik dacht toen hij me inviel. Ik kan zelf vaak moeilijk voorspellen of ik ergens wel of niet aan deel kan of wil nemen. Er zijn wel kategorieën: één winkel wel, winkelen niet en bekend is makkelijker dan onbekend. Maar veel onbekenden waar ik niks mee hoef zijn weer makkelijker dan veel bekenden waar ik iets mee denk te moeten.

Eigenlijk denk ik dat ik altijd al liever op de ventweg reed en dingen aan me voorbij liet gaan. “Komop, flink zijn”, zeg ik regelmatig tegen mijzelf als ik ergens de moed niet voor heb. Ziek zijn was een goed excuus om me niet over een hobbel heen te hoeven zetten. Vermoeidheid is nu nog een bruikbaar en reëel excuus.

Als ik nu eens toegeef dat ik van nature niet zo’n geweldige deelnemer ben aan het sociale verkeer. Als ik het nu eens omdraai dat niet deelnemen voor mij normaal is en wel deelnemen een keuze af en toe. Waarschijnlijk verandert er dan niet meer dan het oordeel dat ik over mijzelf heb. De grote ziektewinst wordt dan zelfacceptatie, dat zou mooi zijn.

Het is trouwens nog best druk op die ventweg van mij.