De uitvaart van Leo was zoals wij ons dat hadden voorgesteld voor onszelf toen wij het graf reserveerden. In dezelfde kerk, op hetzelfde kerkhof en de condoleance in de zaal naast de kerk. Het werd helemaal nogal heftig toen hij in het graf naast het onze bleek te komen. Het bloemstuk van de Van Bemmels lag op graf nummer dertien, het onze. Wij en de kinderen verspreid in een kring eromheen. Annemieke bij de naaste familie en Sten en Koen met gewichtige taken. In de familie Van Paassen zijn zij de oudste kleinkinderen. Mijn tranen werden gewekt door de broers en de vrienden die de kist droegen, door de moeder die haar zoon verloor maar ook door de emoties van ons gezin: wanneer staan we hier weer?

Delen helpt altijd in dat soort situaties, elkaar maar even vasthouden. Met de moeder van Peter vaststellen dat we ooit buren worden en dat we bezoekers maar moeten vragen het buurgraf ook even mee te nemen in het onderhoud.

Vanmiddag boodschappen doen, wasje draaien en vooral slapen. We hadden nog een uitnodiging voor een verjaardag. Ik had me niet voor kunnen stellen dat ik er moed voor had, maar toen ik een poos goed geslapen had, ben ik toch meegegaan. Fijn om allerlei bekenden te ontmoeten.

“Het was me het dagje wel”, is dan de uitdrukking. Ik kan dat volledig beamen. Zo moet je er niet teveel hebben. In stukjes geknipt en per emotie gesorteerd, was het een waardevolle dag, zo’n dag waarna het goed slapen is.