Zonder werkende computers was het rustig in de huisartsenpraktijk. Kennis gemaakt met een aardige nieuwe huisarts die er vast komt werken. Hij was ouderwets afhankelijk van de informatie die ik hem gaf en hoefde zijn aandacht niet te verdelen tussen mij en het computerscherm. Hij luisterde naar mijn longen en vond de afwijking miniem. Voor de zekerheid verwees hij me toch door naar de afdeling radiologie voor een longfoto.

Gelijk maar door naar het ziekenhuis. Herman installeerde zich in het restaurant met zijn eigen Volkskrant en ik ging het circuit in. Melden op radiologie, waar ze altijd zeggen dat de huisarts had moeten bellen. Ik zeg dat ook altijd tegen de verschillende huisartsen met wie ik mee te maken heb, maar die reageren daar niet op. Dat zeg ik dan maar weer tegen de mevrouw van radiologie en dan blijkt dat ik er over een half uur terecht kan. Dat gaat altijd zo en dat weten huisartsen natuurlijk ook. Op dezelfde etage een nummer trekken bij het laboratorium om bloed te laten prikken en daar ben ik vlot klaar. Opnieuw melden bij de radiologie-balie en daar hoor ik in welke wachtkamer ik kan gaan zitten. Maar een stuk of vier mensen voor mij, de instrukties voor het apparaat volg ik moeiteloos op. Ik weet niet meer hoeveel keer ik daar al gestaan heb in het afgelopen jaar. Ik ben een geroutineerd patiënt.

Nog even koffie drinken met een appelflap in het restaurant en dan naar huis, Herman heeft de krant nog niet eens uit.

Vanmiddag moet ik weer naar de huisartsenpraktijk om mijn wratten verder te laten behandelen. Ik hoop dat de computers het dan weer doen, want de uitslag van mijn longfoto’s zal ook wel digitaal komen.