Vanmorgen met Ulrike besproken dat mijn ziekte ook voordelen heeft. Ik kan alleen gasten hebben die zich in ons ritme invoegen en die geen speciale behandeling behoeven. Onder normale omstandigheden sloof ik me toch een beetje uit als ik een gast heb, zeker als dat er een is die hier voor het eerst is. Dat kan ik nu niet en dat is eigenlijk wel prettig.

De ontbijttafel overziend kon ik melden dat de enige aanpassing was dat het brood in een schaal lag, zonder gast ligt de broodzak op tafel. Gisteren chinees gehaald omdat de moed tot koken me ontbrak. Ulli nestelde zich ’s avonds met een breiwerkje op de bank en wilde ook wel bijtijds naar bed, alleen opblijven had ook gekund.

De conclusie van ons gesprekje was, dat we ons er allebei prettig bij voelen. Ulrike zei dat als er zo’n moeite gedaan wordt om de gast zich thuis te laten voelen, zij zich daar juist ongemakkelijk bij voelt. Ik herken dat wel.

Inmiddels zijn Herman en zij voor de hele dag naar Amsterdam vertrokken. Herman is een prima reisleider, Ulrike een tourist met belangstelling en ik kan rustig aantutten thuis.