De oncoloog vertelde me een paar maanden geleden dat er geen actie wordt ondernomen op grond van stijgende waarden, maar op grond van mijn klachten. Zolang ik me goed voel doen ze niets. Die boodschap is bevestigd door de beide gynaecologen met wie ik te maken heb. Dat is mooi maar ik voel me niet goed. En wanneer is ‘niet goed’ dan zó ‘niet goed’ dat er iets ondernomen moet worden?

Overmorgen hebben we weer een afspraak bij de gynaecoloog. Ik zal uiteraard mijn klachten met hem bespreken. Hij zal dan wel adviseren over de verdere gang van zaken. De beslissing over opnieuw behandelen ligt bij mij. “Veroordeeld tot vrijheid”, zei Sartre. De afweging tussen de belasting van de behandeling en de last die ik nu ondervind, moet ik zelf maken. Dat het resultaat van de behandeling onzeker is en dat ik niet weet hoe snel de klachten toenemen, maakt die afweging ingewikkeld. De gynaecoloog kan me in ieder geval wel advies geven op grond van zijn ervaring. Overigens gaat niet hij over verdere behandeling, maar de oncoloog en/of de longarts waarnaar hij mij dan terug verwijst.

Kort samengevat zijn de klachten nu: buikpijn en kortademigheid. De buikpijn is met zes paracetamol en een diclofenac per dag wel onder controle te houden. De kortademigheid is lastiger. Ik wilde gisteren naar het dorp lopen om naar een muziekuitvoering te gaan, maar besloot op de eerste hoek van de straat om me te beperken tot een blokje om. In het tempo van de rolatorwandelaars van het verzorgingshuis hierachter, ging dat goed. Als ik ergens op tijd wil zijn, kan ik beter niet gaan lopen.  Stom,  maar zo werkt het nu eenmaal. Fietsen gaat beter, gelukkig is het weer daar geschikt voor.

De beslissing over de reis naar Corsica schuif ik nog maar even voor me uit. Vandaag hoef ik alleen iets te beslissen over boodschappen. Morgen komen Annie en Ton en dat is gezellig en zo vermoeiend als ik het zelf maak.