Te vroeg wakker om op te staan, pijnlijke buik en genoeg stof voor gepieker. De beste remedie is dan om me op iets buiten mijzelf te concentreren. Het eerste wat zich aandient om die tijd zijn de duiven.

Er zijn twee soorten duiven rond het huis: houtduiven en tortelduiven. In de beuk vlak voor de slaapkamer zitten houtduiven. Aan de plek vogelpoep op de oprit te zien zitten ze ook altijd op dezelfde plek.

Vanmorgen richtte ik mijn aandacht op het gekoer. Ik ken dat geluid al van mijn vroegste jeugd, in de iepen langs de gracht zaten ook houtduiven. Ik luisterde vanmorgen naar de bekende vijf tonen die het melodietje van gekoer maken. Het was me al eens eerder opgevallen dat er ook drietonige duiven zijn en die hoorde ik nu ook een eindje verder weg. Toen ik me er goed op concentreerde hoorde ik nog een andere, een laag tweetonig gekoer. Onmiskenbaar een duif, maar slechts twee tonen

Eigenlijk te beroerd om fatsoenlijk te koeren. Ik zag een oude wat verkreukelde duif voor me, te amechtig om er meer dan twee tonen uit te persen. Beetje hees ook. Ach gossie, arme duif, ziek natuurlijk.

Voor de kenners van duiven wellicht interessant, voor de kenners van mensen een duidelijke vorm van projectie. Ik ben nog wel een uurtje  in slaap gevallen.