Wat sneu, dacht ik vanmorgen, toen ik de regen hoorde. Sneu voor alle deelnemers aan de vrijmarkten, sneu voor alle slenteraars door al die feestelijke steden en dorpen. Dat is vanmorgen sneu aan deze kant van het land en later een eindje verderop, ook sneu. Sneu voor de Zeeuwen die zich uitgesloofd hebben voor deze dag.

En vooruit, ook sneu voor de koninklijke familie. Hoewel die beschermd worden tegen alle gevaren van buitenaf, daar zal de regen ook wel onder vallen. Detectiepoortjes, bloembakken en paraplu’s. Oeps, ze zullen de grond onder hun voeten toch niet vergeten zijn?

Over grond gesproken, wat heerlijk voor de uitgedroogde grond. Wat heerlijk voor alle plantjes en zaadjes die probeerden zich te vestigen in die droge grond. Wat heerlijk ook voor al het onkruid in de keurige tuintjes. Ik kan de tuinen horen slurpen om ons heen. In een paar dagen tijd zijn de bomen in blad en bloeit de naamloze boom in onze achtertuin. De rode beuk voor het huis is nu op zijn mooist met het jonge blad dat een kleur heeft tussen rood en groen in.

Bij koninginnedag hoort ook een beetje onrustige nacht. Af en toe geschreeuw in onze, meestal rustige, straat. Feestgangers die naar het station gaan voor de ‘Koninginnenach’ in Den Haag? Mensen die van de Kermis in het dorp komen? De wind staat gunstig, bij oostenwind klinkt het kermislawaai tot hier door, nu waait de wind uit het zuidwesten.

Leven op een laag pitje verhoogt de waarneming.