Dat ik weet hoe de drainage gaat is niet alleen een voordeel. Vooral de eerste keer, begin vorig jaar, was het zo overrompelend dat ik me er van tevoren geen zorgen over kon maken. De tweede keer was het gecombineerd met de mislukte kijkoperatie bij mijn longen. En de derde keer, meen ik, kort voor de buikoperatie. Die laatste keer was ik in ieder geval blij dat ik na afloop in een bed gestopt werd.

In verband met de zwaartekracht moet ik blijven zitten tijdens de ingreep. Aan de hand van de recente longfoto bepaalt de arts waar het best geprikt kan worden. Ik zie die foto ook en dan is duidelijk wat mij kortademig maakt:  het vocht drukt de longen een beetje samen. Als de plek bepaald is wordt daar de huid ontsmet en krijg ik een paar injecties voor lokale verdoving: ‘au’.

Het inbrengen van de drainnaald tussen de ribben door voel ik dan niet meer. Er wordt eerst wat vocht in een buisje gedaan voor onderzoek door de patholoog anatoom en de rest laten ze in een containertje weglopen. Het containertje heeft een maatverdeling zodat ze kunnen zien hoeveel er opgevangen is.

Het laatste deel is weer naar, als er veel vocht weg is komen de vliezen tegen elkaar en dat doet pijn. Tot nu toe heb ik aldoor gezegd: “Hou nu maar op”, en dat deden ze dan gelukkig. De pijn trekt langzaam weg en dan is dat bed wel lekker.

Ik moet eraan denken om mijn pleisterallergie te melden, want ze plakken graag en veel na zo’n ingreep.

Vannacht en vanmorgen diarree en slapjes. Straks komt Hermans jongste zus Christine. Ze heeft al gemeld geen visite te zijn. Mooi, dan kunnen Herman en zij een paar boodschappen doen en blijf ik een beetje rondscharrelen. Wat kan bezoek toch gezellig zijn als ik geen gastvrouw hoef te zijn.