Mijzelf bekijken als een interessant object, waarover een aardig stukje te schrijven valt, geeft vaak net de nodige afstand. Het bestaan van de weblog draait daarom. Als ik mij voortdurend vereenzelvig met mijn pijnlijke lijf, ben ik ook niets meer dan dat.

Uit de psychosynthese komt een oefening waar ik veel aan had en nog steeds heb. Daarin observeer je achtereenvolgens je lichaam, je gevoelens, je verlangens en je gedachten. Je sluit na iedere observatie dat gebied duidelijk af. Ik zeg dan in mijzelf: “Dat is mijn lijf, maar ik ben meer dan dat”, en ga dan verder met de volgende observatie.

Waar het uiteindelijk om draait is dat de waarnemer niet samenvalt met het object. Wie is dan de waarnemer? De waarnemer is het centrum van bewustzijn, het Zelf met een hoofdletter. Daar is het stil en is geen pijn. Als de oefening optimaal is dan ervaar je dat ook en kun je dat gevoel een poosje vasthouden.

Toen ik het boek van Van Lommel las over het Oneindige bewustzijn, vielen die twee dingen samen. Het zuivere bewustzijn, dat ik af en toe kan ervaren is een blijvertje en verbonden met al het andere.

In de oorspronkelijke versie van de grondlegger van de psychosynthese, Assagioli, luidt de tekst van de oefening: “Ik heb een lichaam, maar ik ben mijn lichaam niet.Ik heb gevoelens, maar ik ben mijn gevoelens niet. Ik heb verlangens, maar ik ben mijn verlangens niet. Ik heb gedachten, maar ik ben mijn gedachten niet”. Dis-identificeren wordt dat genoemd.

Het is simpel door te trekken naar ziekte:  ik heb kanker, maar ben veel meer dan dat.

Samengevat gebruik ik de weblog voor de nodige dis-identificatie. Ik schreef er vast al eerder over.