Het was gisteren kennelijk toch een beetje veel geweest, ik was heel moe vandaag, kortademig en pijn rond mijn borstkas. Ik had voorgesteld dat de anderen zonder mij iets zouden ondernemen, maar kennelijk was een dagje luieren en lezen voor hen ook heel welkom. Herman maakte zijn wandelingen alleen.

De vuile natte was hebben we vanmorgen in  een wasmachiene gestopt die hier op het terrein aanwezig is. Schone was drogen is toch logischer. De wasserette ligt twee ‘bordessen’ hoger en ik wilde er even naar toe lopen vanmorgen, maar dat ging niet. Dus met een bundel was in de auto naar boven, Herman als chauffeur. De dingen zijn zo erg als je ze maakt.

We zijn inmiddels gewend aan ons nieuwe onderkomen, hoewel we gaag een beetje zeuren. De ongemakken van het vorige huisje zijn snel vergeten en de voordelen zetten we af tegen de nadelen hier. We missen onze grote ovens en het praktische badkamertje. Het terras daar was knusser maar het uitzicht hier is prachig en we kunnen in de zon zitten tot die achter de berg verdwijnt. De aangepastheid van de woning maakt dat Herman zich op een stoel zittend moet scheren omdat de hoogte van de spiegel en van de wastafel op rolstoelers is afgestemd. Het bed is trouwens zo laag dat ik er moeizaam uit kom. Hoe ze daar een mindervalide persoon in en uit krijgen is mij een raadsel. We vinden dat zeuren mag zolang je er ook om kunt lachen.

Hennie en Jan waren nog even terug bij onze vorige behuizing. Ze moesten emmers terug brengen die we voor het transport hadden gebruikt en vooral rozemarijn plukken voor de kipschotel. Het hele idee van de stoofschotel was ontstaan door de rozemarijn naast ons terras. Nu hebben we rozen, ook leuk, maar minder practisch. De stoofschotel gegeten in de avondzon. Het stoofwerk kwam van mij en Hennie had er een heerlijke salade bij gemaakt.

Wat erg opvalt hier is dat je geen verkeer hoort. Het is, vooral ’s nachts, echt stil. Heerlijk is dat.