Het was een lange, gezellige, vermoeiende en af en toe spannende reisdag gisteren. Rond negen uur reden we weg van ons huisje. Jan reed ons weer dwars door Corsica. Nu wel over verharde wegen, eindeloos veel bochten. Op een col was een filmcrew actief, die af en toe de weg af mochten sluiten. We hadden geluk, er was veel gedoe. maar de col was open. In dat gebied waren branden geweest en het zag er mistroostig uit. Op het vliegveld hoorde Hennie dat het om een Duitse film ging. Ze hadden daar verschroeide aarde voor nodig, vandaar die plek. Onderweg aten we wat bij een restaurantje langs de weg.

Jan en Herman zetten ons af bij de vertrekhal van het vliegveld en gingen samen alles afhandelen wat met de huurauto te doen had. Geen problemen op dat vlak. Het duurde lang voordat we in konden checken en de rolstoel zou daarna beschikbaar zijn. Dat gaf de nodige verwarring, de mevrouw van Transavia wees ons een plek om te wachten maar de rolstoel bleek al ergens anders te staan. Toen ik er eenmaal inzat en we door de controle wilden mocht ik er zonder begeleider van het vliegveld niet door. De anderen gingen vast verder want er stond een lange rij. Even later kwam er een man met een geel jakje en die rende met mij in de stoel de hele rij voorbij. Toevallig waren we net tegelijk door de controle. Ons vliegtuig stond een heel eind weg dus ik was erg blij dat ik gereden werd. De man bracht me tot onderaan de trap en bleef bij me tot ik overgedragen werd aan de stewardess.

De vlucht ging via Sardinië. Behalve passagiers erbij en eruit, moest daar getankt worden en werd het vliegtuig schoongemaakt. We moesten er dus uit. Ik meldde dat ik er niet op eigen kracht uit zou kunnen. Geen probleem, er werd weer een rolstoel geregeld. Gelukkig was er een slurf en hoefde ik niet weer een trap op en af. Ik wachtte een poosje terwijl iedereen al weg was en de schoonmakers al begonnen. Ik kon op de ruime plaatsen voorin zitten en even later kwam er een Italiaans sprekende man met rolstoel mij ophalen. Hij leverde me af in de hal waar de anderen al zaten te wachten.
Hennie en ik wilden naar de wc, dat kon ook weleens een eind weg zijn dus ik bleef in de rolstoel zitten. Toen we bij de toiletten kwamen, stond daar een schoonmaakwagentje dwars voor en konden we er niet in. Na Hennie’s joehoegeroep kwam er een boos kijkende schoonmaakster te voorschijn. Hennie’s charme en de rolstoel maakten dat ze de weg vrij maakte naar het aangepaste toilet. Tegen mij zei Hennie: “We gaan samen, blijf zitten, ik moet mee om je te helpen”. Eenmaal in het toilet bleek er niet doorgespoeld te zijn. Hennie wilde dat regelen en trok aan het touwtje boven het toilet, het alarm dus. In de deur verscheen de geïrriteerde schoonmaakster. In koor riepen we in talen die ons te binnen schoten dat er niets aan de hand was. Italiaans was daar niet bij, maar ze begreep het. Lachbuien en benauwdheid gaan niet goed samen, maar af en toe kan het niet anders. Om de beurt plassen en met veel keer “grazie” weer langs de schoonmaakster. Ze keek wat vriendelijker, blij dat we weg gingen.
Even later de omgekeerde procedure met de man en de rolstoel. We hadden inmiddels een vertraging van een half uur, maar dat lag niet aan mij.

Rustige vlucht, ik was erg moe maar ik zat wel goed. Gelijk toen we na de landing in de regen aan de gate aangesloten waren, knikte de stewardess naar mij dat de roelstoel klaar stond. Geen man erbij in Nederland, Herman moest me zelf duwen.
Jan had afgesproken om de taxicentrale te laten weten als we geland waren; hij deed dat kort nadat we de gate uit waren. Er stopte zo’n electrisch wagentje waar minder valide passagiers op schiphol mee vervoerd worden en de chauffeur vroeg aan Jan of hij mee wilde rijden. Hij zou rechtstreeks naar onze bagageband rijden. Jan wilde wel. “Hebt u uw paspoort?”, wilde hij nog weten en weg waren ze. Wij begonnen aan de lange, lange weg naar onze bagegeband en ik was diep dankbaar voor de rolstoel. Bij band zeventien stond Jan al. Hij was langs binnenwegen door Schiphol gereden, vandaar dat hij zijn paspoort bij zich moest hebben. Het bleek dat de man eigenlijk mij mee had moeten nemen. Dubbelop vervoer dus, Jan bofte.

Reizen met een lichamelijke handicap is een hele ervaring en nu weet ik nog niet eens wat er gebeurt als je die trap naar het vliegtuig niet op kan, een vorkheffer, twee sterke mannen? Het was zo wel spannend genoeg. Ons reisgezelschap was weer ideaal, de mannen alles regelen en Hennie als een beschermengel heen en weer vliegend tussen hen en mij.

De rolstoel konden we meenemen tot bij de taxi en achterlaten bij de bagagekarretjes. Nog een kleine hindernis doordat we in de verkeerde taxi bleken te zitten. Die chauffeur moest ook mensen ophalen uit Voorschoten en had kennelijk niet naar de naam gevraagd. Ik hoefde alleen maar een keer extra in en uit te stappen. Onze eigen taxi kwam snel en bracht ons tot voor de deur.

Het gaat thuis dus niet anders dan op Corsica, vroeg wakker met pijn. Het duurt een tijdje voordat m’n pilletje werkt, schrijven op de weblog vult die tijd. Als het goed is kan ik nog wel een poosje slapen.