vrijdagochtend vroeg
Gisteren was een hele zware dag en die is voorbijgegaan. Alles gaat altijd weer voorbij.

Gisterenmorgen werd de drain aangebracht en voordat ik op de afdeling terug was, was al 1,4 liter vocht weggelopen. De kraan is toen weer even dicht gedraaid. Ik had veel pijn. Er was een recept meegegeven voor morfine en dat kreeg ik al snel. Het werd snel duidelijk dat ik niet tegen morfine kan. Ik werd heel misselijk en de pijn bleef. Ik kreeg middelen tegen de misselijkheid en een andere injectie tegen de pijn. Tot een eind in de avond bleef ik braken en was de pijn alleen te doen als ik heel stil lag. Ik was bang voor de nacht.
In overleg stopten de verpleegkundigen er alles in wat ik mocht hebben: vier zetpillen. De injectie mocht nog niet.

Het was voor het eerst dat ik een aanvaring kreeg met een van de verpleegkundigen, voor mij een nieuwe. Ze sprak alleen maar in termen van ‘moeten’ en begreep mijn vragen als bevelen. Dat ging niet goed. Ons laatste contact was dat ze zonder iets te zeggen iets deed waar ik om gevraagd had en dat ik zei: “Je toon bevalt me niet.” Gelukkig had ze geen nachtdienst.

’s Nachts was er een man, type Mark, die me gearmd met mijn koffertje naar de wc bracht. Mijn injectie ging halen en op mijn bellen weer met me terug wandelde. Hij sprak alleen op advies-toon als hij een andere mening had dan ik: “De prik doet in de buik minder pijn, maar als u hem daar niet wilt doe ik hem in uw been.”

Kort gesprekje met de oncoloog. Als er bij eierstokkanker binnen een half jaar uitzaaiingen zijn is de prognose slecht. Hij kán chemo’s geven, maar het effect daarvan zal niet langdurig zijn en wel belastend. Eigenlijk wist ik dat al wel, maar het horen zeggen is wat anders. Weer huilen, eindelijk huilen. Herman gebeld en die is naar Hennie en Jan gegaan voor de eerste opvang. Mark en Liesbeth zijn ’s avonds naar hem toegegaan. Marijke en Annemieke kwamen bij mij. Verdriet en een voorproefje van wat ons te wachten staat: moeten toezien hoe ik pijn heb en doodziek ben.

Wij zijn een goed team in ellende, dat troost.

later op de ochtend
Van Herman hoorde ik dat Annemieke en Marijke ook nog naar hem toe zijn gegaan. Goed om te weten dat ze samen waren.
Ik werd geholpen in de badkamer en dat ging redelijk goed. Nu wordt er met een pomp nog zoveel mogelijk pleuravocht weggepompt. Ik was bang, maar dit valt mee. Ik viel steeds in slaap vanmorgen, dat was wel lekker.

Een adviserende verpleegkundige heeft me kaneelbeschuitjes gebracht en een beetje cola. Ze had in twee opzichten gelijk: adviseren werkt beter dan kommanderen en het helpt. Ik ben niet meer misselijk en alles wat ik gegeten en gedronken heb blijft erin.

Straks worden de vliezen dichtgeplakt en later moet er nog een foto gemaakt worden. Ik zal vragen of dat buiten het bezoekuur kan.

Volgens de longarts gaat het plakken geen pijn doen. “Eerst voelen, dan geloven” denk ik dan. Er is trouwens 2,7 liter vocht uitgekomen, geen wonder dat ik het benauwd had.

Toevoeging van Herman, na het middagbezoek
Samen met Hennie op bezoek geweest. Aaltje in opperbeste stemming: niet benauwd of kortademig, geen noemenswaardige pijn, blij dat ze morgen naar huis mag. Of het plakken is gelukt zal nog moeten blijken; blijft pleuravocht weg dan is de actie geslaagd.
Ik verheug me erg op een lange zomer, waarin Aaltje heerlijk kan genieten van de goede dingen des levens. Wel in het besef dat wij sterfelijke wezens zijn.