Straks komt de pastor van de kerk vanwaaruit ik begraven zal worden. We kennen hem, Herman nog beter dan ik. We willen graag in een vroeg stadium een verkennend gesprek met hem, ook over praktische dingen. Gisterenavond zaten we nog even samen te praten waar het over moest gaan. Een belangrijke vraag is hoe je ruimte kunt geven aan directe naasten die niet (meer) kerkelijk zijn.
Ik ben een verschrikkelijke regelaar en moet me inhouden, ik zal proberen alleen suggesties te doen. In bed lag ik daar later over na te denken. Persoonlijk en op mijn eigen manier afscheid nemen kan ik zolang ik nog leef. Na mijn dood ben ik object van afscheid. Als het goed is bouwen ze uit hun herinneringen een beeld van mij en dáár nemen ze afscheid van. In leven kan ik nog een beetje bijstellen aan dat beeld, vertellen wat ik mooi en belangrijk vind, vertellen wat ik zo ongeveer geloof.

Toen ik toch weer bezig was me voor te stellen hoe het zou gaan op mijn uitvaart kon ik de fantasie stopzetten en het letterlijk van me af laten glijden. Dat deel van het afscheid is niet meer van mij.
Ik weet overigens heel goed dat het voor nabestaanden wèl prettig is om te weten hoe diegene het graag gehad zou hebben. Als ze zich ook maar vrij voelen om het, als het zo uitkomt, toch anders te doen.

Genoeg stof voor een voorbereidend gesprekje.