Gek genoeg waren de waarden in mijn bloed gedaald. De arts hechttte daar weinig waarde aan. “Ik heb daar al zulke rare dingen mee zien gebeuren en bovendien zijn ze evengoed nog veel te hoog”, zei hij. Hij bevestigde de slechte prognose die de internist/oncoloog me al gegeven had.

We vroegen naar zijn mening over opnieuw een chemokuur. Ik had al kort gezegd dat ik sterk overwoog om het niet te doen. Hij zei dat er globaal twee soorten patiënten waren: degenen die koste wat kost door willen vechten èn degenen die kiezen voor kwaliteit in de laatste fase van hun leven en afzien van verdere behandeling. Hij schatte juist in dat ik tot de laatste groep behoor.

Ik vond het wel fijn dat hij zei dat hij zeker gepoogd zou hebben om mij op andere gedachten te brengen als hij van een nieuwe chemokuur iets verwachtte. Op mijn vraag of ik nog naar de internist/oncoloog zou gaan als mijn besluit eenmaal genomen was, zei hij dat dat toch wel goed was. Goed om nog te horen wat die er van zegt, goed om dat kontakt af te ronden. We hebben meteen maar een afspraak gemaakt voor de vierentwintigste. Hij vroeg nog nadrukkelijk of mijn kontakt met de huisarts goed was, dat wordt de belangrijkste arts in de komende periode. Ik kon vertellen dat ik een prima huisarts heb, de gynaecoloog zou zelf nog kontakt met hem opnemen.

De weg is weer een stukje smaller.