Vanmorgen, terwijl ik nog in bed lag, drong het echt tot me door dat ik niet meer te genezen ben. Wat is dat toch een vreemd proces, ons weten. Ik weet al een poos dat ik niet meer beter zal worden, maar op een gegeven moment daalt het ook echt in. ’s Morgens voel ik me meestal niet goed, kan niet meer slapen, lig niet meer lekker, pijnstiller werkt nog niet, geen moed om op te staan.

Ik lag met heimwee te denken aan ‘de beterende hand’. Zo’n periode nadat je flink ziek was, maar voelt dat je weer opknapt. Het eerste beschuitje dat binnen blijft, weer de moed om lekker onder de douche te gaan staan, weer even naar buiten. Van die kleine dingen waaraan je voelt dat je lijf de ziekte overwonnen heeft. Ik ben nogal eens ziek geweest, maar van die perioden van weer opknappen heb ik altijd genoten.

Dat gaat nu niet gebeuren. De beschuitjes blijven binnen, ik zit onder de douche en ik loop af en toe naar buiten. Ik waardeer dat dat nog kan. ‘Nòg kan’, dat is een groot verschil met ‘wéér kan’. Ik takel langzaam af.

Vanmiddag gaan we naar de gynaecoloog. Ik zal ook zijn mening vragen over nog een chemokuur. Ik heb daarover nog geen besluit genomen. Ik realiseer me goed dat een nieuwe chemokuur niet geneest, die remt hooguit de aftakeling een poosje. Vraag blijft voor hoe lang en tot welke prijs.

Iets heel anders, of eigenlijk ook weer niet. Vorig jaar zette Raymond een pergola achter het huis. De bedoeling was om die mooi te laten begroeien en zo een natuurlijke schaduwplek te krijgen op het terras. Dat begroeien gaat natuurlijk niet zo snel. Zelfs de vlotte groeiers zijn nog maar net bovenaan, voordat ze bloeien kan nog wel een paar jaar duren. Voor mij duurt dat te lang. “Not in my lifetime”, schiet me steeds te binnen. Gisteren heeft Raymond een rietmat op die pergola aangebracht. Het ziet er heel mediterraan uit. Onze eerste huisjes op Corsica hadden het ook boven het terras. Genoeg andere plekken met schaduw in de tuin, maar we zitten zo graag op die plek.
Genieten van zulke dingen blijft voorlopig.