De sociaal-verpleegkundige van de GGD die mij bezocht, geeft een positief advies over de parkeerkaart. Verdere navraag bij mijn artsen achtte hij niet nodig. Het inwinnen van informatie kan, vooral bij specialisten, nogal eens tijd vergen. Als dat achterwege blijft kan het vlot gaan.

Mijn vertrouwde pedicure kwam aan huis en voortaan hoor ik bij haar huisbezoekklanten. Ze rekent daar twee euro meer voor, dan voor de behandeling bij haar thuis. Ik vind dat veel te weinig, daar moeten we het de volgende keer eens over hebben!

Annemieke adviseerde om fysiotherapie aan huis aan te vragen. Ik heb het even overlegd met de arts die belde en die vond het een erg goed idee. Ik moest er bij de aanmelding maar gelijk bij zeggen dat ze voorzichtig met me moeten zijn. Niet zwaar masseren en vooral niet ‘kraken’. Het gaat om mijn mobiliteit. Ik heb zelf ook het vermoeden dat ik mede pijn heb door het vele zitten en liggen. Een fysiotherapeut kan wellicht zorgen dat mijn spieren in ieder geval wat soepeler worden/blijven. Ik word maandag teruggebeld door iemand van de fysiotherapiepraktijk die zij me aanbeval.

Dinsdag komt er iemand om mij een rolstoel aan te meten. Ik ga er van uit dat ik de rolstoel dan ook gelijk kan houden. Mijn maten en gewicht hebben ze al, het zal dus gaan om afstellen.

Donderdag gaan we weer naar het ziekenhuis voor een gesprek met de internist/oncoloog.

Wanneer de huishoudelijke hulp van start gaat weten we nog niet. Nu denk ik: “daar hebben we helemaal geen tijd voor”. Maar dat is natuurlijk onzin. Als het goed is levert dat tijd op als het eenmaal loopt.

De bekende bezoekers komen al of niet aangekondigd langs. En dat kan ook omdat ik het zeg als het niet uitkomt. Of als het me, na een poosje, teveel is.

Heel af en toe komt er zo’n vage gedachtevlaag die zegt: “Doe nou maar weer gewoon, het is wel genoeg zo”. In dezelfde vlaag is er alweer het besef dat ‘gewoon’ niet meer bestaat. Of reëler: deze situatie is nu ons ‘gewoon’.