Vandaag tussen het uitrusten door veel nagepraat over het weekend. Zo’n beetje in de trant van Herman’s niet gehouden tafelrede, waren er wel meer ideeën opgekomen om iets bijzonders te doen, ook bij mij. Terugkijkend is het goed dat we niet gezocht hebben naar een speciale vorm. Het ‘gewone’ samenzijn was al bijzonder genoeg. Vanzelf stond alles in het teken van de ‘laatste keer’, daar hoefden we niet apart aandacht aan te besteden.

Ik was me ook, nog meer dan thuis, bewust van het proces waarin ik zit: afstand nemen, loslaten. Als ik me terugtrok in de fijne, koele slaapkamer was het goed om te horen dat buiten alles gewoon doorging. Als we met weinigen waren geweest, was mijn afwezigheid veel beladener geweest. Met alle kleinkinderen erbij gaat het leven vanzelf door, ook al bemoei ik mij er niet mee en neem ik er geen deel aan.

Ik ben zó tevreden met de mensen om mij heen, maar dat schreef ik al.