Gisteren de hele dag wel hinder gehad van duizeligheid. Bezoek in bed ontvangen en telkens maar kort. Toen Mark en Karin met de jongens gedag kwamen zeggen voordat ze vandaag op vakantie gaan, was ik even een uurtje beneden. Ik dacht dat het tegen de avond wat beter ging. Ik was ook vrij vroeg al in slaap gevallen. Rond elf uur werd ik wakker met erge pijn in mijn buik. De capsules morfine die ik eerst nog bij de pleisters nam, zijn op. Ik was er, wat naïef, vanuit gegaan dat ik die ook niet meer nodig zou hebben met een dubbele dosering onder de pleister.

Eerst alles bij elkaar gezocht wat ik nog aan extra pijnstilling in huis heb en toen de dokterspost gebeld. Die arts vond de morfinecapsules toch weer de beste aanvulling op de pleisters. Herman kon ze gaan halen bij de apotheek van het LUMC in Leiden. Schuldgevoel natuurlijk, één telefoontje van mij vrijdag en ik had ze via onze eigen apotheek in huis kunnen hebben. Het was nog even gedoe omdat Herman dacht dat hij bij de huisartsenpost moest zijn en die was dicht. Gelukkig belde hij mij en ik kon vertellen dat het de apotheek van het ziekenhuis moest zijn. ‘De nachtwacht’ heet die, je zult weten dat Rembrandt in Leiden geboren is.

Een uur later had ik mijn pil en lag Herman ook weer in bed. Bij mij hielp het in ieder geval tegen de pijn. Ik realiseerde me dat ik voorzichtig moet zijn met Herman. Dit soort dingen moet ik echt proberen te voorkomen. Hij houdt het alleen vol als hij behoorlijk kan slapen en zo’n nacht als deze is niet goed.

Nu dus weer een beetje suffig. Ik zal een email sturen aan mijn huisarts, die begint morgen weer. Ik ben behoorlijk achteruit gegaan in de drie weken dat hij weg was. Onderzoeken wat de pijn veroorzaakt en of daar iets aan gedaan kan worden, kan waarschijnlijk alleen in het ziekenhuis.

Dat er iets gedáán moet worden bij pijn zit diep ingebakken, bij mij, maar ook bij de mensen om mij heen. Ik realiseer mij wel dat alles wat er gedáán wordt aan de pijn, mijn toestand ook weer verslechtert. Het proces waarin ik zit betekent dat er achter de pijn aangehobbeld wordt. Ik moet steeds zorgen dat ik nog iets achter de hand heb, vooral in het weekend. Wat dat betreft is dit een lastige fase; ik ben nog zelf mijn eigen zorgmanager en dat met mijn suffe hoofd. Genoeg om te bespreken met de huisarts.